Terug naar boven

Jaarrekening

12.1

Voorwoord

Voor u ligt de jaarrekening van APG Groep waarin we in lijn met wet- en regelgeving verantwoording afleggen over 2019. 2019 was een bijzonder jaar voor APG Groep. Met de verkoop van het verzekeringsbedrijf Loyalis is de strategische focus van APG Groep primair komen te liggen bij pensioenen. De verkoop van Loyalis aan a.s.r. per 1 mei heeft eveneens een grote impact op de jaarrekening 2019: zowel de omzet als de kosten zijn aanzienlijk gedaald in vergelijking met 2018 en de beleggingen en voorzieningen voor verzekeringsverplichtingen zijn nihil eind 2019. 

Om inzicht te geven in de structurele effecten van de verkoop op de cijfers van APG Groep 2019 NV is direct na de geconsolideerde winst- en verliesrekening een pro forma geconsolideerde winst- en verliesrekening 2019 opgenomen in de jaarrekening. Deze pro forma cijfers laten de winst- en verliesrekening zien van APG groep exclusief Loyalis en de incidentele effecten als gevolg van de verkoop van Loyalis. In de rubriek ‘groepsresultaat excl. Loyalis’ is de resultaatopbouw te zien als ware Loyalis verkocht per 1 januari 2019. Op deze manier laten we het pensioenbedrijf APG zien, zoals zich dit ook de komende jaren verder zal voortzetten.

Bij de geconsolideerde balans is het effect van de verkoop per categorie toegelicht door het verloop tot en met 30 april te presenteren en vervolgens het effect van het vervallen van de consolidatie Loyalis te benoemen.

12.2 Geconsolideerde jaarrekening

12.2.1 Geconsolideerde balans per 31 december 2019

voor winstbestemming, in duizenden euro's

  31-12-2019 31-12-2018
ACTIVA    
     
Vaste Activa    
Immateriële vaste activa (1) 206.185 251.832
Materiële vaste activa (2) 22.466 21.948
Financiële vaste activa (3) 44.604 128.612
  273.255 402.392
     
Beleggingen verzekeringsbedrijf (4) - 3.192.073
     
Vlottende activa    
Vorderingen en overlopende activa (5) 311.737 300.529
Vorderingen uit hervezekering (6) - 60.442
Liquide middelen (7) 592.453 458.510
  904.190 819.481
     
TOTAAL ACTIVA 1.177.445 4.413.946
     
     
     
PASSIVA    
     
Groepsvermogen (8)    
Eigen vermogen 764.020 1.090.283
  764.020 1.090.283
     
Voorzieningen    
Verzekeringserplichtingen (9) - 2.857.863
Belastinglatentie (10) 1.832 1.700
Overige Voorzieningen (11) 82.933 75.832
  84.765 2.935.395
     
Langlopende schulden (12) 10.911 10.911
     
Kortlopende schulden en overlopende passiva (13) 317.749 377.357
     
     
TOTAAL PASSIVA 1.177.445 4.413.946
 


 

12.2.2 Geconsolideerde winst- en verliesrekening 2019

In duizenden euro's

  2019 2018
Netto omzet    
Beheervergoedingen (14) 712.655 684.404
Overige bedrijfsopbrengsten (15) 23.305 36.990
Verzekeringspremies (16) 94.493 268.827
Beleggingsresultaten (17) 113.816 46.079
     
Som der bedrijfsopbrengsten 944.269 1.036.300
     
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten (18) 105.222 140.425
Personeelskosten (19) 414.038 389.683
Mutatie voorzieing verzekeringsverplichtingen (20) 80.241 -75.483
Uitkeringen (21) 82.584 271.479
Afschrijvingen op immateriele en materiele vaste activa (22) 55.629 59.983
Overige bedrijfskosten (23) 128.228 151.121
     
Som der bedrijfslasten 865.942 937.208
     
Bedrijfsresultaat 78.327 99.092
     
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten (24) 2.924 -
     
Rentelasten en soortgelijke kosten (25) 6.349 3.205
     
Resultaat voor belastingen 74.902 95.887
     
Belastingen (26) -6.405 -46.492
     
Resultaat deelnemingen (27) -15.070 -1.518
     
Groepsresultaat na belastingen 53.427 47.877
Minderheidsbelang van derden -22 -
Groepsresultaat na belastingen 53.405 47.877
     
 

 

12.2.3 Pro forma: Geconsolideerde winst- en verliesrekening 2019

(exclusief Loyalis en incidentele effecten inzake verkoop Loyalis)

in duizenden euro's

  Groepsresultaat Effect Loyalis t/m 30 april groepsresultaat excl Loyalis
Netto omzet      
Beheervergoedingen (14) 712.655 - 712.655
Overige bedrijfsopbrengsten (15) 23.305 507 22.798
Verzekeringspremies (16) 94.493 94.493 -
Beleggingsresultaten (17) 113.816 113.816 -
       
Som der bedrijfsopbrengsten 944.269 208.816 735.453
       
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten (18) 105.222 6.412 98.810
Personeelskosten (19) 414.038 6.503 407.535
Mutatie voorziening verzekeringsverplichtingen (20) 80.241 80.241 -
Uitkeringen (21) 82.584 82.584 -
Afschrijvingen op immateriele en materiele vaste activa (22) 55.629 - 55.629
Overige bedrijfskosten (23) 128.228 8.477 119.751
       
Som der bedrijfslasten 865.942 184.217 681.725
       
Bedrijfsresultaat 78.327 24.599 53.728
       
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten (24) 2.924 - 2.924
       
Rentelasten en soortgelijke kosten (25) 6.349 38 6.311
       
Resultaat voor belastingen 74.902 24.561 50.341
       
Belastingen (26) -6.405 1.053 -7.458
       
Resultaat deelnemingen (27) -15.070 -14.569 -501
       
Groepsresultaat na belastingen 53.427 11.045 42.382
Minderheidsbelang van derden -22 - -22
Groepsresultaat na belastingen 53.405 11.045 42.360
       
 

Het totaalresultaat op de verkoop van Loyalis over de boekjaren 2018 en 2019 bedraagt € 27 miljoen. In de verkoopprijs van Loyalis van € 450 miljoen zijn de resultaten van Loyalis tot 1 juli 2018 inbegrepen. Het resultaat van Loyalis vanaf 1 juli 2018 tot en met 30 april 2019, het moment van definitieve effectuering van de verkoop en overdracht van aandelen, bedraagt € 34,9 miljoen en is verantwoord bij APG Groep. Dit is in de jaarrekeningen over beide boekjaren verantwoord als resultaat deelneming bij APG Groep enkelvoudig en meegeconsolideerd in het groepsresultaat.
Bij de definitieve effectuering van de verkoop op 30 april 2019 is het verkoopverlies bepaald op € 14,1 miljoen. De opbouw van dit verlies wordt nader toegelicht op pagina 114. Daarnaast heeft er een positief incidenteel effect plaatsgevonden in de vennootschapsbelasting van € 6,2 miljoen. Dit vloeide voort uit de liquidatie van een vennootschap, vanwege de verkoop van Loyalis.

12.2.4 Geconsolideerd kasstroomoverzicht 2019

in duizenden euro's

  2019 2018
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN    
     
Bedrijfsresultaat 78.326 99.092
Aanpassingen voor:    
- Afschrijvingen op immateriele en materiele vaste activa (22) 55.629 59.983
- Netto beleggingen voor handelsdoeleinden (4) 40.628 -45.843
- Mutaties werkkapitaal:    
- Toename vorderingen en overlopende activa (5) -26.755 -17.070
- Toename vorderingen uit herverzekering (6) -69.139 -17.852
- Toename kortlopende schulden en overlopende passiva, gecorrigeerd voor vpb (13) 17.977 15.296
- Mutatie verzekeringsverplichtingen (9) 153.895 -61.025
- Mutatie overige voorzieningen (11) 16.674 -11.777
     
Kasstroom uit bedrijfsoperaties 267.235 20.804
     
Ontvangen interest 2.924 112
Betaalde interest -6.349 -3.205
Ontvangen dividend - 4.000
Ontvangen vennootschapsbelasting 303 -
Betaalde vennootschapsbelasting -18.096 -34.901
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 246.017 -13.190
     
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN    
Investeringen in vaste activa -10.873 -4.553
Desinvesteringen in vaste activa 407 -
Uitgaven uit hoofde van kapitaalstortingen in niet geconsolideerde deelnemingen -300 -300
Verkoop van deelnemingen Loyalis 436.180 -
Stand liquide middelen Loyalis 30 april -169.238 -
Stand liquide middelen opgeheven entiteiten Loyalis 1.905 -
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN 258.081 -4.853
     
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN    
Uitgekeerd dividend aan aandeelhouder van de vennootschap -350.208 -133.632
Uitgekeerd dividend aan houders van minderheidsbelangen -29.792 -11.368
Voorfinanciering vennootschapsbelasting u.h.v. verkoop Loyalis 9.803 -
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN -370.197 -145.000
     
Netto kasstroom 133.901 -163.043
Koers- en omrekenverschillen op geldmiddelen 42 -100
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN 133.943 -163.143
     
     
     
Beginstand liquide middelen (7) 458.510 621.653
Eindstand liquide middelen (7) 592.453 458.510
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN 133.943 -163.143
     
 

12.2.5 Grondslagen voor financiële verslaggeving

 

Inleiding

Activiteiten
APG Groep NV (APG Groep) verzorgt als financiële dienstverlener bestuursadvisering, vermogensbeheer, pensioenadministratie, pensioencommunicatie, werkgeversdiensten.

Groepsverhoudingen
De jaarrekening is gebaseerd op de juridische entiteiten van APG Groep. APG Groep is opgericht op 29 februari 2008, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 14099616 en gevestigd op Oude Lindestraat 70, 6411EJ te Heerlen

APG Groep NV is een structuurvennootschap en houdster van drie 100 procent dochters: APG Rechtenbeheer NV, APG Asset Management NV en APG Diensten BV. Daarnaast heeft APG Groep een direct belang van 76% in Entis Holding BV.
APG Groep heeft een aantal indirecte kapitaalbelangen. De volledige structuur blijkt uit de lijst van kapitaalbelangen. Deze is als onderdeel van de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening op pagina 118 opgenomen.

APG Rechtenbeheer
APG Rechtenbeheer is verantwoordelijk voor de bestuursadvisering, pensioenadministratie en pensioencommunicatie voor de opdrachtgevende fondsen (pensioenfondsen, vut- en sociale fondsen) in de publieke en de private sector.

APG Asset Management
APG Asset Management is verantwoordelijk voor het asset management. APG is een lange termijn pensioengeldbelegger, daarbij hoort een duurzaam beleggingsbeleid. De uitvoering daarvan maakt integraal onderdeel uit van het asset management proces.

APG Diensten
APG Diensten fungeert als interne dienstverlener en is verantwoordelijk voor alle ICT-gerelateerde en facilitaire diensten.

APG Groep heeft twee aandeelhouders, Stichting Pensioenfonds ABP (ABP) voor 92,16 procent en Stichting Sociaal Fonds Bouwnijverheid (Stichting SFB) voor 7,84 procent.

Continuïteit
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Afstoten deelneming Loyalis
In 2017 is APG Groep begonnen met een strategische heroriëntatie ten aanzien van de positie van haar verzekeringsdochter Loyalis binnen APG Groep, waarna halverwege 2018 het besluit is genomen een verkooptraject te starten. Eind 2018 heeft APG Groep een overeenkomst ondertekend met de koper a.s.r. De overeengekomen verkoopprijs bedraagt € 450 miljoen. APG Groep heeft een bedrag van € 435,7 miljoen ontvangen van a.s.r. inclusief oprenting voor de periode 1 juli 2018 tot en met 30 april 2019 van € 5,7 miljoen. Hiernaast heeft er een dividenduitkering van Loyalis over 2018 plaatsgevonden van € 20 miljoen. De goedkeuring van De Nederlandsche Bank middels een Verklaring van geen Bezwaar is 11 april 2019 ontvangen. Loyalis wordt in de consolidatie betrokken tot het moment van overdracht van de aandelen van Loyalis aan a.s.r. De verkoop en beëindiging van beleidsbepalende invloed is per 30 april 2019 afgerond.

De boekwaarde van de activa en de verplichtingen van Loyalis bedragen per 30 april 2019 € 3.521,7 miljoen respectievelijk 
€ 3.077,8 miljoen. De opbrengsten, kosten en het resultaat uit gewone bedrijfsvoering alsmede de belastingen hierover welke toe te rekenen zijn aan Loyalis zijn opgenomen in de toelichting op pagina 107 en 108.

Algemeen

De jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2019 dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2019 en is opgesteld op basis van in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening, zoals opgenomen in Titel 9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek. Bij de inrichting van de enkelvoudige winst- en verliesrekening is artikel 2:402 Burgerlijk Wetboek toegepast. Hierdoor wordt in de enkelvoudige winst- en verliesrekening volstaan met het als afzonderlijke post vermelden van het resultaat uit deelnemingen en het overige resultaat na aftrek van belastingen. Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.
De bedragen in de jaarrekening zijn in duizenden euro’s, de functionele valuta van APG, tenzij anders vermeld.

Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. Ten behoeve van het inzicht en de vergelijkende cijfers worden de grondslagen met betrekking tot de verzekeringsactiviteiten gehandhaafd.

Schattingen
Bij het opstellen van de jaarrekening is het maken van schattingen onvermijdelijk. Indien sprake is van een schattingswijziging wordt dit in de toelichting bij het betreffende onderdeel van de jaarrekeningpost vermeld.

Grondslagen voor de consolidatie
Kapitaalbelangen in entiteiten waarin APG Groep overheersende zeggenschap kan uitoefenen ter zake van bestuur en financieel beleid, zijn in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen door toepassing van de integrale methode van consolideren. Intercompany transacties en onderlinge financiële verplichtingen worden daarbij geëlimineerd. Bij nieuw verworven deelnemingen wordt vanaf de overnamedatum de resultaten en de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen entiteiten opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. De overnamedatum is het moment dat overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend op de betreffende entiteit. De entiteiten die in de consolidatie betrokken zijn, blijven in de consolidatie opgenomen tot het moment dat zij worden verkocht. Deconsolidatie vindt plaats op het moment dat de beslissende zeggenschap wordt overgedragen. De betreffende vennootschap wordt alsdan als financieel vast actief gepresenteerd.

Een lijst van geconsolideerde entiteiten is opgenomen als onderdeel van de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening. Joint ventures worden niet geconsolideerd, deze zijn opgenomen onder de financiële vaste activa. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen worden waar nodig gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen van APG Groep.

Als verbonden partij worden aangemerkt alle entiteiten waarover APG Groep overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis uitoefent. Ook entiteiten die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen op APG Groep worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire leden van de raad van bestuur, alsmede andere sleutelfunctionarissen in het management van APG Groep zijn verbonden partijen.

Verwerking
Een actief of verplichting wordt in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ontstaan ten aanzien van dat instrument. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer de toekomstige economische voordelen waarschijnlijk naar de vennootschap zullen vloeien en de waarde van het actief betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer de afwikkeling daarvan waarschijnlijk gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen als een transactie ertoe leidt dat (nagenoeg) alle rechten op economische voordelen dan wel risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen.

Opbrengsten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden en de omvang daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Kosten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting heeft plaatsgevonden en de omvang daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Valuta-omrekening
Monetaire activa en passiva in vreemde valuta worden omgerekend in de functionele valuta tegen de koers per balansdatum. De uit de afwikkeling en omrekening voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van de winst- en verliesrekening, tenzij hedge-accounting wordt toegepast. Niet-monetaire activa die volgens de verkrijgingsprijs worden gewaardeerd in een vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers op de transactiedatum.

Bij de consolidatie worden de balansen van groepsmaatschappijen waarvan de functionele valuta niet de euro is, omgerekend in euro's tegen de koers per balansdatum. Resultaatposten worden omgerekend tegen de gemiddelde koers gedurende het verslagjaar. Valutaverschillen inzake de waarde van bij de consolidatie betrokken groepsmaatschappijen zijn verwerkt in de reserve omrekeningsverschillen.

Financiële instrumenten
Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, afgeleide financiële instrumenten (derivaten), handelsschulden en overige te betalen posten.

In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: zakelijke waarde , vastrentende waarden, overige beleggingen, overige financiële verplichtingen en derivaten.

Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan.
Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen. Financiële instrumenten (en afzonderlijke componenten van financiële instrumenten) worden in de geconsolideerde jaarrekening gepresenteerd in overeenstemming met de economische realiteit van de contractuele bepalingen. Presentatie vindt plaats op basis van afzonderlijke componenten van financiële instrumenten als financieel actief, financiële verplichting of als eigen vermogen. In financiële en niet-financiële contracten kunnen afspraken zijn gemaakt die voldoen aan de definitie van derivaten. Een dergelijke afspraak wordt afgescheiden van het basiscontract en als derivaat verwerkt als zijn economische kenmerken en risico’s niet nauw verbonden zijn met de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract, een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden zou voldoen aan de definitie van een derivaat, en het samengestelde instrument niet wordt gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.

In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract.

Van het basiscontract gescheiden derivaten worden, in overeenstemming met de waarderings¬grondslag voor derivaten waarop geen kostprijs hedge accounting wordt toegepast, gewaardeerd tegen kostprijs of lagere reële waarde.

Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting
Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde, tenzij hedge accounting wordt toegepast. APG Groep heeft ter afdekking van het valutarisico over de verwachte toekomstige uitgaande kassstromen in vreemde valuta van de buitenlandse dochters valutatermijncontracten afgesloten. Deze valutatermijncontracten worden tegen kostprijs gewaardeerd waarbij de methodiek van kostprijshedge accounting wordt toegepast. Zolang de afgedekte post onder kostprijshedge accounting nog niet in de balans wordt verwerkt, wordt het hedge-instrument niet geherwaardeerd. Indien sprake is van een ineffectief deel (het verlies) van de hedgerelatie, wordt dit deel in de winst- en verliesrekening verwerkt. Interne derivaten uit hoofde van back-to-back agreements tussen APG Groep en APG Asset Management worden op basis van kostprijs of lagere marktwaarde in de enkelvoudige jaarrekening van APG Groep verantwoord.

Waarderingsverschillen die optreden bij de waardering van de valutatermijncontracten die worden aangemerkt als afdekking van de netto-investering in buitenlandse dochtermaatschappijen, worden direct in de reserve omrekeningsverschillen als onderdeel van het eigen vermogen verwerkt, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen.
APG Groep heeft haar hedgingstrategie schriftelijk vastgelegd. De beoordeling of de afgeleide financiële instrumenten gebruikt bij hedge accounting effectief zijn in het verrekenen van valutaresultaten van de afgedekte posten, zijn schriftelijk vastgelegd met gebruikmaking van generieke documentatie. Hedgerelaties worden beëindigd als de respectievelijke afgeleide instrumenten aflopen of worden verkocht. Tenminste op elk formeel rapportagemoment alsmede op inceptie van de hedgerelatie, voert APG Groep een kwantitatieve effectiviteitstoets uit.

Hedge accounting

Bij het toepassen van kostprijs hedge-accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultaatbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post. Indien de afgedekte post tegen kostprijs in de balans wordt verwerkt, wordt ook het derivaat tegen kostprijs gewaardeerd.
Indien afgeleide instrumenten aflopen of worden verkocht, wordt de cumulatieve winst die of het cumulatieve verlies dat tot dat moment nog niet in de winst-en-verliesrekening was verwerkt, als overlopende post in de balans opgenomen, totdat de afgedekte transacties plaatsvinden. Indien de transacties naar verwachting niet meer plaatsvinden, wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies overgeboekt naar de winst-en-verliesrekening.

APG Groep heeft haar hedgingstrategie schriftelijk vastgelegd. De beoordeling of de afgeleide financiële instrumenten gebruikt bij hedge accounting effectief zijn in het verrekenen van valutaresultaten van de afgedekte posten, zijn schriftelijk vastgelegd met gebruikmaking van generieke documentatie. Hedgerelaties worden beëindigd als de respectievelijke afgeleide instrumenten aflopen of worden verkocht.
Tenminste op elk formeel rapportagemoment alsmede op inceptie van de hedgerelatie, voert APG Groep een kwantitatieve effectiviteitstoets uit. 

Risicoparagraaf

APG Groep als uitvoerder krijgt ten aanzien van de financiële geldstromen en financiële posities te maken met risico’s die de financiële stabiliteit kunnen beïnvloeden. Het betreffen liquiditeitsrisico’s, krediet- c.q. tegenpartijriscio’s, concentratierisico’s en het rente- en valutarisico’s. Om de risico’s zo veel als mogelijk in te perken kent APG Groep een risicomijdend beleid, waarbij kapitaalbehoud voorop staat. Er zijn voorwaarden gesteld aan het bij overliquiditeit uitzetten van gelden bij externe partijen en het aantrekken van gelden.

Liquiditeitsrisico
APG Groep bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeits¬begrotingen. Het management ziet erop toe dat de onderneming steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar heeft om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de liquiditeitsvereisten door de toezichthouders. Een tijdelijk overschot aan liquide middelen wordt onder toepassing van de risicobeperkende voorwaarden kort uitgezet op de geldmarkt, waarbij een eventueel hoofdsomrisico bij afloop van de uitzettingsperiode volledig is uitgesloten door de tegenpartij.

Krediet-/tegenpartijrisico
Het risico dat de tegenpartij of kredietnemer de contractuele verplichtingen niet kan nakomen wordt ingeperkt door het toetsen van de kredietwaardigheid van de tegenpartij aan de hand van de creditratings van credit agencies. Hierbij geldt als norm dat de tegenpartij een A-score heeft, hetgeen betekent dat de partij zeer kredietwaardig is.

Concentratierisico
Uit hoofde van risicospreiding wordt maximaal 20 procent van de totale liquiditeitsportefeuille bij een partij aangehouden.
APG Groep loopt een concentratierisico als het afhankelijk is van de dienstverlening aan één klant. Voor APG Groep is er sprake van een concentratierisico gezien het relatieve belang van de grootste klant. Dit risico wordt gemitigeerd door in continue dialoog met de grootste klant invulling te geven aan het strategisch partnership en het voeren van actief stakeholdermanagement.

Renterisico
Het renterisico is het risico dat het saldo van de waarden beleggingen verandert als gevolg van veranderingen in marktrentes. Aangezien APG Groep geen obligaties en aandelen heeft en geen leningen met variabele rentes aanhoudt, is het renterisico verwaarloosbaar.

Valutarisico
APG Groep heeft ter afdekking van het ongunstige fluctuaties in valutawisselkoersen, voor de verwachte toekomstige uitgaande kasstromen in vreemde valuta van de buitenlandse dochters, valutatermijncontracten afgesloten. Deze valutatermijncontracten worden tegen kostprijs gewaardeerd waarbij de methodiek van kostprijshedge accounting wordt toegepast.

Prijsrisico
APG Groep heeft geen directe beleggingen, derhalve is het prijsrisico nihil ultimo 2019.

12.2.6 Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

 

Vaste activa

Immateriële vaste activa (1)
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs dan wel vervaardigingsprijs onder aftrek van lineaire afschrijvingen. De afschrijvingstermijn is gebaseerd op de verwachte economische levensduur. Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien er indicaties aanwezig zijn dat de realiseerbare waarde (in termen van hoogste van bedrijfswaarde en opbrengstwaarde) lager is dan de boekwaarde vindt een bijzondere waardevermindering plaats ten laste van de winst- en verliesrekening en wordt dit toegelicht. Terugnemingen van eerdere waardeverminderingsverliezen worden eveneens verwerkt via de winst- en verliesrekening. Een bijzonder waardeverminderingsverlies voor goodwill wordt niet teruggenomen in een volgende periode.

Bij acquisitie van een onderneming worden alle identificeerbare activa en passiva van de desbetreffende onderneming in de balans opgenomen tegen de reële waarde op acquisitiedatum, tenzij het een ‘common control’ transactie betreft (common control transacties betreffen aan- of verkopen van aandelen in groepsmaatschappijen, deze worden verantwoord tegen boekwaarde). De overnameprijs bestaat uit het geldbedrag of equivalent dat is overeengekomen voor de verkrijging van de overgenomen onderneming. Ontstane goodwill wordt bij eerste opname gewaardeerd tegen het verschil tussen de overnameprijs en (het aandeel in) de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva.

Onderzoekskosten worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening. Uitgaven voor ontwikkelingsprojecten worden geactiveerd als onderdeel van de vervaardigingsprijs als het waarschijnlijk is dat het project commercieel en technisch succesvol zal zijn (dat wil zeggen: als het waarschijnlijk is dat economische voordelen zullen worden behaald) en de kosten betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Voor de geactiveerde ontwikkelingskosten is een wettelijke reserve onder het eigen vermogen gevormd ter hoogte van het geactiveerde bedrag. De afschrijving van de geactiveerde ontwikkelingskosten vangt aan zodra de commerciële productie is gestart en vindt plaats over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief.

Materiële vaste activa (2)
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van lineaire afschrijvingen of tegen lagere bedrijfswaarde. Afschrijving vindt plaats op basis van de verwachte gebruiksduur, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien er indicaties aanwezig zijn dat de realiseerbare waarde (in termen van hoogste van bedrijfswaarde en opbrengstwaarde) lager is dan de boekwaarde vindt een bijzondere waardevermindering plaats ten laste van de winst- en verliesrekening en wordt dit toegelicht. Terugnemingen van eerdere waardeverminderingsverliezen worden eveneens verwerkt via de winst- en verliesrekening.

Financiële vaste activa (3)
Leningen u/g worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Na eerste verwerking worden leningen u/g gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, op basis van de effectieve-rentemethode. Bij afwezigheid van agio en disagio is dit de nominale waarde.

Deelnemingen worden gewaardeerd nettovermogenswaarde. Deze waardering stopt zodra deze nettovermogenswaarde nihil of lager is geworden. Indien ten dele of geheel ingestaan wordt voor de schulden van deelnemingen, of een feitelijke verplichting bestaat om deelnemingen financieel te ondersteunen, wordt hiervoor een voorziening gevormd. Deelnemingen waarin APG Groep geen invloed van betekenis kan uitoefenen worden opgenomen onder de financiële vaste activa en gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde.

Latente belastingvorderingen, inclusief vorderingen die voortkomen uit verliescompensatie, worden in de balans opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winsten zijn waarmee tijdelijke verschillen en niet-gecompenseerde fiscale verliezen kunnen worden verrekend. Bij de berekening wordt rekening gehouden met in komende jaren geldende tarieven, voor zover deze al zijn vastgesteld. Waardering vindt plaats tegen nominale waarde. Voor zover de latente belastingvordering een kortlopend karakter heeft, wordt deze opgenomen onder de vorderingen en overlopende activa.

Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien er indicaties aanwezig zijn dat de realiseerbare waarde van de financiële vaste activa duurzaam lager is dan de boekwaarde vindt een bijzondere waardevermindering plaats en wordt dit toegelicht.

Beleggingen verzekeringsbedrijf (4)

De aan- en verkopen van beleggingen worden verwerkt op de transactiedatum, dat wil zeggen de datum waarop de vennootschap zich verplicht tot aankoop of verkoop van de activa. Bij de eerste verwerking worden beleggingen gewaardeerd tegen reële waarde, zijnde de kostprijs van het verkregen actief. Transactiekosten worden verwerkt in de winst- en verliesrekening.
Reële waardeveranderingen worden verwerkt in de winst- en verliesrekening in de periode waarin deze optreden.

De beleggingen kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën, te weten:
• Zakelijke waarden
• Vastrentende waarden
• Overige beleggingen

Waardering zakelijke waarden
Een gedeelte van de beleggingen in zakelijke waarden (financiële activa) wordt gewaardeerd op basis van genoteerde marktprijzen (niveau 1).
Voor niet-beursgenoteerde beleggingen (bijv. vastgoedbeleggingen) wordt gebruik gemaakt van schattingen (niveau 2). Wanneer schattingen worden gehanteerd, zijn deze gebaseerd op bewijzen van onafhankelijke derde partijen, waarbij deze waarde is gebaseerd op de reële waarde van de onderliggende beleggingen. Hoewel dergelijke waarderingen gevoelig zijn voor schattingen, wordt aangenomen dat het wijzigen van één of meer van de aannames naar redelijkerwijs mogelijke alternatieve veronderstellingen de reële waarde niet significant zal veranderen.
Voor reële waardebepaling op niveau 3 wordt gebruik gemaakt van niet-waarneembare marktvariabelen voor het actief. Niet-waarneembare inputvariabelen kunnen worden gebruikt voor zover waarneembare inputvariabelen niet beschikbaar zijn. Hierdoor kan op de rapportagedatum toch de reële waarde bepaald worden in situaties waarin sprake is van weinig of geen actieve markt voor het actief of verplichting. De waardering is dan gebaseerd op de beste inschatting van het management die de markt zou gebruiken om tot een waardering van het financieel instrument te komen.

Waardering vastrentende waarden
De meerderheid van de beleggingen in vastrentende waarden (obligaties) wordt gewaardeerd op basis van genoteerde marktprijzen (niveau 1).
Voor niet-beursgenoteerde en inactieve vastrentende waarden wordt gebruik gemaakt van waarneembare marktgegevens (niveau 2). Voor reële waardebepaling op niveau 2 worden andere dan de genoteerde prijzen in niveau 1 gehanteerd die waarneembaar zijn voor het actief of de verplichting, hetzij direct of indirect. Indien het actief of de verplichting een bepaalde (contractuele) termijn heeft, moet een niveau 2 input variabele waarneembaar zijn voor praktisch de volledige looptijd van het actief of de verplichting.

Waardering overige beleggingen
Deze beleggingen betreffen derivaten die worden aangehouden ter afdekking van risico’s in de voorzieningen alsmede in de beleggingsportefeuille. Een deel hiervan is beursgenoteerd (futures) en dus in te delen in niveau 1. Voor de overige beleggingsvormen onder deze categorie zijn dagelijks waarneembare waarderingen beschikbaar (niveau 2).
De waardering van swaps vindt dagelijks plaats met behulp van modellen op basis van algemeen aanvaarde principes door verdiscontering van de meest actuele verwachte kasstromen met actuele rentecurves.
Alle waardemutaties van deze derivaten worden binnen de resultatenrekening direct ten gunste van c.q. ten laste van de beleggingsopbrengsten onder de categorie ‘overige beleggingen’ verantwoord.

Vlottende activa

Vorderingen en overlopende activa (5)
Vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Deze waarde komt doorgaans overeen met de nominale waarde onder aftrek van een eventuele voorziening voor het risico van oninbaarheid.

Vorderingen uit herverzekering (6)
Vorderingen uit herverzekering worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Deze waarde komt doorgaans overeen met de nominale waarde onder aftrek van een eventuele voorziening voor het risico van oninbaarheid.

Liquide middelen (7)
Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Groepsvermogen (8)

Het eigen vermogen wordt in de toelichting in de enkelvoudige jaarrekening nader toegelicht.

Voorzieningen

Verzekeringsverplichtingen (9)
De voorziening verzekeringsverplichtingen bestaat uit de voorziening voor levensverzekeringsverplichtingen en de voorziening voor schadeverzekeringsverplichtingen.

Levensverzekeringsverplichtingen

De voorziening voor levensverzekeringsverplichtingen bestaat uit de voorziening voor ingegane en uitgestelde periodieke uitkeringen, de voorziening voor pensioenverzekeringscontracten, de voorziening voor unit-linked verzekeringen (met en zonder garanties) en de voorziening voor eindwaardegaranties. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen.

Ingegane en uitgestelde periodieke uitkeringen

De ten behoeve van de voorziening ingegane en uitgestelde periodieke uitkeringen gehanteerde sterftekansen voor de belangrijkste levensverzekeringscontracten zijn gebaseerd op de door het Actuarieel Genootschap in 2016 gepubliceerde generatietafels, in eerste instantie gecorrigeerd met een leeftijdsafhankelijke factor. De resulterende gecorrigeerde tafel wordt vervolgens vermenigvuldigd met product- en geslachtafhankelijke correctiefactoren. Voor de lijfrenten zonder indexatie is deze tafel vermenigvuldigd met 94% voor mannen en 80% voor vrouwen, voor lijfrenten met indexatie zijn de correctiefactoren respectievelijk 121% en 122%.

Bij de bepaling van de verwachte kasstromen wordt rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie. Dit geldt niet voor de nieuwe polissen vanaf 2013, waarbij de directie besloten heeft om vanwege de lage rentestand geen indexatievoorziening te vormen.
De resulterende kasstromen worden vervolgens contant gemaakt tegen een actuele risicovrije yieldcurve; hierbij wordt uitgegaan van de DNB rentetermijnstructuur exclusief Ultimate Forward Rate (UFR).
De voorziening wordt tenslotte verhoogd met opslagen voor toekomstige administratiekosten, waarbij wordt verondersteld dat het huidige kostenniveau een reële aanname is voor toekomstige kosten, aangepast voor inflatie.

Unit Linked Verzekeringen

De gehele premie minus een dekking voor eerste kosten wordt periodiek op het beleggingstegoed bijgeschreven. Maandelijks vindt de kostenonttrekking en de risicoverrekening plaats. De totale voorziening van de verzekering is op elk moment de waarde van het beleggingstegoed. De voorziening wordt vastgesteld aan de hand van het aantal units en de dan geldende koers. De beleggingsopbrengsten worden in de verzekering verrekend door middel van koerswijzigingen. De administratiekosten worden gefinancierd uit de product- en/of duurafhankelijke inhouding op de beleggingsopbrengsten.

De bij de risicoverrekening gehanteerde sterftekansen zijn passend voor de klantenpopulatie van Loyalis NV. De sterftekansen komen grotendeels overeen met de sterftetafels van het Actuarieel Genootschap 2000-2005 met een leeftijdsterugstelling voor mannen en vrouwen van drie jaar; De voorziening wordt verhoogd met opslagen voor toekomstige administratiekosten, waarbij wordt verondersteld dat het huidige kostenniveau een reële aanname is voor toekomstige kosten, aangepast voor inflatie.

Overig

De voorziening voor eindwaardegaranties wordt berekend op basis van de contante waarde van het garantiekapitaal met de risicovrije rentetermijnstructuur exclusief UFR als disconteringsvoet. De voorziening voor pensioenverzekeringscontracten betreft de contante waarde van de verzekerde pensioenen met de actuele risicovrije rentetermijnstructuur als disconteringsvoet.

Schadeverzekeringsverplichtingen

De belangrijkste schadeverzekeringscontracten betreffen arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. De voorzieningen voor deze schadeverzekeringen zijn gebaseerd op de geschatte uiteindelijke lasten van alle vóór balansdatum ontstane schadegevallen, ongeacht of deze al dan niet zijn gemeld, tezamen met de hiermee verband houdende (toekomstige) administratiekosten.
Ten aanzien van de melding van schadegevallen kan een aanzienlijke vertraging optreden, doordat de uitkering pas jaren na de 1e ziektedag ingaat.
De voorziening voor schadeverzekeringsverplichtingen kan worden gesplitst in een deel dat betrekking heeft op gemelde en toegekende schadeclaims (periodieke uitkeringen of VPU) en een deel dat betrekking heeft op ‘ontstane maar nog niet gemelde schadegevallen’ (claims incurred but not reported of IBNR).

Bij beide voorzieningen geldt een opslag voor toekomstige administratiekosten, waarbij wordt verondersteld dat het huidige kostenniveau een reële aanname is voor toekomstige kosten, aangepast voor inflatie.

Voorziening Periodieke Uitkeringen (VPU)

De sterftetafels gehanteerd voor de voorziening periodieke uitkeringen zijn gebaseerd op de door het Actuarieel Genootschap in 2016 gepubliceerde generatietafels, die op basis van het Grondslagenonderzoek zijn aangepast met de factor 270% voor mannen als voor vrouwen. Bij de bepaling van de verwachte kasstromen wordt rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie. Dit geldt niet voor de tekenjaren vanaf 2013, waarvoor de directie besloten heeft om vanwege de lage rentestand geen indexatievoorziening te vormen. De resulterende kasstromen worden vervolgens contant gemaakt tegen een risicovrije rentetermijnstructuur exclusief UFR ultimo verslagjaar.

IBNR-voorziening

De gehele risicopremie wordt gereserveerd in een IBNR (Incurred But Not Reported) voorziening. Voor daadwerkelijke schadegevallen vindt er een overheveling plaats van de IBNR voorziening naar de hiervoor beschreven Voorziening Periodieke Uitkeringen (VPU).

De totale voorziening bestaat uit de som van de IBNR en de VPU. Als het daadwerkelijke schadeverloop afwijkt van de schade die met de risicopremies gefinancierd kan worden, moet tussentijds een extra bedrag aan de voorziening worden toegevoegd of kan een deel van de IBNR voorziening vrijvallen. Op basis van uitgebreide analyses wordt een inschatting gemaakt van de IBNR-voorziening.

Belastinglatentie (10)
Onder de voorziening belastinglatentie zijn de uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen die voortvloeien uit (tijdelijke) verschillen tussen commerciële en fiscale vermogens. Bij de berekening is rekening gehouden met tarieven die gelden voor komende jaren, voor zover deze al zijn vastgesteld. Waardering vindt plaats tegen nominale waarde. Voor zover de belastinglatentie een kortlopend karakter heeft, is deze opgenomen onder de schulden. 

Overige voorzieningen (11)

Algemeen

De overige voorzieningen betreffen verplichtingen of verliezen waarvan het waarschijnlijk is dat zij moeten worden afgewikkeld respectievelijk genomen en waarvan de omvang betrouwbaar is te schatten. De omvang van de voorziening wordt bepaald door schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen per balansdatum af te wikkelen en worden, voor zover langlopend, gewaardeerd tegen de contante waarde van de verwachte toekomstige uitgaven. De rekenrente is gebaseerd op de rentevoet ultimo jaar van hoogwaardige Nederlandse ondernemingsobligaties, rekening houdend met de resterende looptijd van de voorzieningen.

Personeelsgerelateerde voorzieningen

Personeelsgerelateerde voorzieningen, waaronder de voorziening reorganisatie, zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorziening voor ambtsjubilea is gewaardeerd tegen de contante waarde van de verwachte toekomstige uitgaven, voor zover relevant rekening houdend met actuariële grondslagen. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijfkans. De rekenrente is gebaseerd op de rentevoet ultimo jaar van hoogwaardige Nederlandse ondernemingsobligaties, rekening houdend met de resterende looptijd van de voorzieningen. 

Overige voorzieningen

De overige voorzieningen, waaronder de voorziening groot onderhoud, worden gevormd op basis van nominale waarde van de bedragen die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. De toevoeging aan de voorziening voor groot onderhoud is bepaald op basis van het geschatte bedrag van het onderhoud en de periode die telkens tussen de werkzaamheden van groot onderhoud verloopt.

Langlopende schulden (12)

Langlopende schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde. Na eerste verwerking worden de langlopende schulden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Deze waarde komt doorgaans overeen met de nominale waarde.

Kortlopende schulden en overlopende passiva (13)

Kortlopende schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde. Na eerste verwerking worden de kortlopende schulden en overlopende passiva gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Deze waarde komt doorgaans overeen met de nominale waarde.

 

12.2.7 Grondslagen voor resultaatbepaling

 

Algemeen

De in de winst- en verliesrekening opgenomen posten zijn in belangrijke mate gerelateerd aan de in de balans gehanteerde waarderingsgrondslagen voor beleggingen en de voorziening verzekeringsverplichtingen. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde resultaten worden rechtstreeks verantwoord in het resultaat.

Opbrengsten, kosten en uitkeringen worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

Netto-omzet

Beheervergoedingen (14)
De vergoedingen van derden uit hoofde van de uitvoeringswerkzaamheden voor pensioenuitvoering en vermogensbeheer worden onder aftrek van eventuele kortingen toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

Overige bedrijfsopbrengsten (15)
De opbrengst van aan derden verleende overige diensten wordt verantwoord onder aftrek van kortingen en over de omzet geheven belastingen. Verantwoording van opbrengsten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

Verzekeringspremies (16)
De verzekeringspremies betreffen de op het boekjaar betrekking hebbende premies en koopsommen, inclusief de toevoeging aan de voorziening uit hoofde van de toegekende indexatie van de uitkeringen op basis van de polisvoorwaarden.
Met uitzondering van de premies voor nabestaandenpensioen (ANW) en overlijdensrisicoverzekering worden alle aan het boekjaar toerekenbare premies verwerkt. De vooruitontvangen premies ANW en overlijdensrisicoverzekering worden gedoteerd aan de voorziening onverdiende premies. Herverzekering betreft de overlijdensrisicoportefeuille en het Invaliditeits Pensioen Aanvullings Plan en bedraagt een percentage van de uitkeringen.

Beleggingsresultaten (17)
De beleggingsopbrengsten bestaan uit dividend op zakelijke waarden en renteopbrengsten van vastrentende waarden voor het boekjaar, waardemutaties van beleggingen en derivaten tegen reële waarde en boekresultaten bij verkoop van beleggingen en derivaten.
Dividend op beleggingen in zakelijke waarden wordt als bate verantwoord op de ex-dividenddatum. Rentebaten worden opgenomen in de periode waarop deze betrekking hebben.
Waardemutaties betreffen het verschil tussen enerzijds de boekwaarde aan het einde van het jaar dan wel de opbrengst bij verkoop gedurende het jaar en anderzijds de boekwaarde aan het einde van het voorgaande jaar dan wel de verkrijgingsprijs gedurende het jaar. 

Bedrijfslasten

Personeelskosten (19)
De opbrengst van lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan de werknemers. De pensioenregelingen worden op grond van de geldende pensioenovereenkomsten verwerkt volgens de verplichtingenbenadering; de over het verslagjaar verschuldigde pensioenpremies worden als last in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Mutatie voorziening verzekeringsverplichtingen (20)
De voorziening verzekeringsverplichtingen bestaat uit de mutatie in de voorziening voor verzekeringsverplichtingen zoals die voortvloeit uit de wijze van waardering in de balans, alsmede op basis van de polisvoorwaarden toegekende indexatie als gevolg van de winstdeling.
Schadebehandelingskosten zijn hier niet inbegrepen en worden opgenomen onder de Bedrijfslasten.

Uitkeringen (21)
Uitkeringen zijn toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa (22)
Afschrijvingen worden vanaf eerste ingebruikname verantwoord naar rato van de verwachte gebruiksduur rekening houdend met een eventuele restwaarde, volgens de lineaire methode.

Overige bedrijfskosten (23)
Bedrijfskosten zijn toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

Rentebaten en soortgelijke opbrengsten (24)

Rentebaten en soortgelijke opbrengsten worden aan het verslagjaar toegerekend, waar noodzakelijk wordt rekening gehouden met de effectieve rentevoet van de betreffende activa. De rentebaten betreffen de opbrengsten uit rekeningen courant en deposito’s, voor zover deze niet worden gerekend tot de beleggingsopbrengsten.

Rentelasten en soortgelijke kosten (25)

Rentelasten en soortgelijke opbrengsten worden aan het verslagjaar toegerekend, waar noodzakelijk wordt rekening gehouden met de effectieve rentevoet van de betreffende passiva.

Belastingen (26)

De belastingen over het resultaat worden berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare, fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tijdelijke verschillen als gevolg van verschillen in commerciële en fiscale waardering worden tot uiting gebracht in (het verloop van) de latente belastingverplichting of -vordering.

Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

Resultaat deelnemingen (27)

Het resultaat deelnemingen wordt bepaald op basis van de mutatie van de nettovermogenswaarde.

Leasing

Leasecontracten waarbij de economische voor- en nadelen niet voor rekening en risico van de vennootschap komen, worden als operational lease geclassificeerd en verwerkt. De leaseverplichtingen worden, rekening houdend met de ontvangen vergoeding van de lessor, lineair over de contractuele leaseperiode in de winst- en verliesrekening verwerkt. 

Grondslagen voor het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode en geeft inzicht in de mutaties in de balanspost liquide middelen. Kasstromen in vreemde valuta zijn omgerekend tegen de gemiddelde koers.

12.2.8 Toelichting op de geconsolideerde balans

 

Vaste activa 

Immateriële vaste activa (1)
Onder de immateriële vaste activa zijn begrepen de bij de verwerving van ondernemingsactiviteiten en kapitaalbelangen berekende goodwill en de waarde van de bij deze verwerving geïdentificeerde cliëntcontracten en verzekeringsportefeuille. Verder is in deze post de aangekochte software begrepen.

Het verloop van deze posten is als volgt.

  Goodwill Client contracten Software Totaal 2019 Totaal 2018
           
Beginstand 114.037 131.167 6.628 251.832 301.733
Investeringen - - 1.550 1.550 4.905
Desinvesteringen - - - - -2.221
Afschrijvingen -12.503 -31.480 -3.214 -47.197 -52.585
Eindstand 101.534 99.687 4.964 206.185 251.832
           
Cumulatieve aanschafwaarde 260.234 488.325 25.724 774.283 805.674
Cumulatieve afschrijvingen en waarde       -  
verminderingen -158.700 -388.638 -20.760 -568.098 -553.842
Boekwaarde 101.534 99.687 4.964 206.185 251.832
           
Afschrijvingspercentage 5-10% 5-10% 20-25%    
 
 
 

De economische levensduur van de immateriële vaste activa is behoudens aangekochte software gebaseerd op de periode waarover toekomstige economische voordelen uit hoofde van onderliggende contractafspraken met een lange looptijd worden genoten. Van de ultimo 2019 verantwoorde goodwill heeft € 101,5 miljoen (2018: € 114,0 miljoen) een resterende economische levensduur van circa 10 jaar. Van de ultimo 2019 verantwoorde cliëntcontracten heeft € 99,7 miljoen (2018: € 131,2 miljoen) een resterende economische levensduur van circa 5 jaar.

Ultimo 2019 heeft het bestuur geen aanwijzingen dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen.

De investering in 2018 betreft voor € 2,2 miljoen goodwill, gecreëerd bij de aankoop van Entis BV door Entis Holding BV en wordt lineair afgeschreven in 10 jaar.

Onder de software zijn immateriële vaste activa inbegrepen die reeds volledig afgeschreven zijn maar nog in gebruik zijn. Er zijn geen immateriële vaste activa met beperkte eigendomsrechten en er zijn geen immateriële vaste activa als zekerheid gesteld voor schulden. Tevens zijn er geen verplichtingen uit hoofde van de verwerving van immateriële vaste activa.

Materiële vaste activa (2)
De materiële vaste activa hebben betrekking op inrichting en inventaris, informatieverwerkende apparatuur, alsmede overige materiële vaste activa.

Het verloop van deze post is als volgt.

  Inrichting en inventaris informatie- verwerkende apparatuur Overig Totaal 2019 Totaal 2018
           
Beginstand 6.029 12.495 3.424 21.948 22.369
Investeringen 2.590 4.513 2.221 9.324 7.556
Desinvesteringen - - -408 -408 -270
Afschrijvingen -1.428 -5.915 -1.089 -8.432 -7.398
Overige mutaties 3 5 26 34 -309
Eindstand 7.194 11.098 4.174 22.466 21.948
           
Cumulatieve aanschafwaarde 29.819 32.705 8.833 71.357 91.234
Cumulatieve afschrijvingen en waarde          
verminderingen -22.625 -21.607 -4.659 -48.891 -69.286
Boekwaarde 7.194 11.098 4.174 22.466 21.948
           
Afschrijvingspercentage <20% 20-25% 10%    
 
 
 

In de post Overig zijn onder andere verbouwingen aan huurpanden inbegrepen. Er zijn geen zekerheden verstrekt.

Financiële vaste activa (3)
De financiële vaste activa betreffen een actieve belastinglatentie als gevolg van afwijkende commerciële en fiscale waarderingen, deelnemingen die niet zijn geconsolideerd, alsmede overige financiële vaste activa.

De lijst van niet in de consolidatie begrepen deelnemingen is opgenomen als onderdeel van de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening op pagina 118.

Het verloop van deze posten is als volgt.

  Actieve belasting latentie Lening u/g Deelnemingen Overige Totaal 2019 Totaal 2018
             
Beginstand 118.716 4.612 1.706 3.578 128.612 152.563
Overige mutaties Loyalis -8.132 - - - -8.132 -
Vervallen consolidatie Loyalis -73.317 - - - -73.317 -
Aankopen en verstrekkingen / dotaties 1.835 - 300 1.505 3.640 5.547
verkopen en aflossingen -907 -93 - -680 -1.680 -1.361
Resultaat deelnemingen - - -783 - -783 -809
Waardeveranderingen 451 - - 767 1.218 -22.551
Overige mutaties -5.036 - - 82 -4.954 -4.777
Eindstand 33.610 4.519 1.223 5.252 44.604 128.612
 
 
 

De post deelnemingen betreft de deelnemingen Campus Heerlen Huisvesting B.V. en Campus Management & Development B.V. Voor beide deelnemingen geldt dat er geen sprake is van overheersende zeggenschap en is gekozen om beide deelnemingen te waarderen tegen netto-vermogenswaarde.

De actieve belastinglatentie heeft voornamelijk betrekking op tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale waardering van de goodwill ontstaan uit de ontzaffing in 2008 (en overeengekomen met de belastingdienst), alsmede de beleggingen en verzekeringsverplichtingen bij het verzekeringsbedrijf. Voor tijdelijke waarderingsverschillen per balansdatum wordt een latentie belastingvordering dan wel -schuld gevormd. Indien sprake is van een latente belastingvordering wordt deze vordering opgenomen voor zover de verwachting is dat ten tijde van het uitlopen van de waarderingsverschillen waar de latente belastingvordering betrekking op heeft, het hiermee samenhangende fiscaal verlies binnen de daarvoor geldende termijnen verrekend kan worden met positieve resultaten. 

Beleggingen verzekeringsbedrijf (4)
De beleggingen van het verzekeringsbedrijf worden zowel voor eigen rekening aangehouden als voor risico en rekening van polishouders. De in deze beleggingen begrepen niet-beursgenoteerdezakelijke waarden betreffen indirect onroerend goedbeleggingen alsmede fondsen in infrastructuur en private equity en hypothekenfondsen. De vastrentende waarden betreffen obligaties. De overige beleggingen bestaan uit het overlay fund (een soort paraplufonds om derivatenposities over de gehele portefeuille in te nemen). In het overlay fund zijn valuta-afdekkingen en interest rate swaps opgenomen.

Reële waarde hiërarchie
De beleggingen worden tegen reële waarde gewaardeerd. Deze zijn gecategoriseerd op basis van de volgende hiërarchie.

Gepubliceerde prijzen in actieve markten (“Niveau 1”)
Voor reële waardebepaling op niveau 1 worden alleen genoteerde prijzen gehanteerd (niet aangepast) voor identieke activa en verplichtingen in actieve markten. Een actieve markt is een markt waar met voldoende frequentie en volume transacties plaatsvinden die op continue basis prijzen tot stand brengen. Voorbeelden zijn beursgenoteerde aandelen, obligaties en beleggingsfondsen in actieve markten.

Beleggingen die tot deze categorie behoren zijn:
1) Liquide vastrentende waarden
2) Beursgenoteerde beleggingsfondsen
3) Futures

Waarderingsmethode met (significante) waarneembare marktvariabelen (“Niveau 2”)
Voor reële waardebepaling op niveau 2 worden andere dan de genoteerde prijzen in niveau 1 gehanteerd die waarneembaar zijn voor het actief of verplichting, hetzij direct of indirect. Niveau 2 omvat de volgende input variabelen:
• Genoteerde prijzen voor vergelijkbare (dus niet identieke) activa/verplichtingen in actieve markten;
• Input variabelen anders dan genoteerde prijzen die waarneembaar zijn voor het actief met name gebaseerd op inkomsten, rentecurven en waarneembare marktgegevens. Input variabelen die hoofdzakelijk afkomstig zijn uit of bevestigd worden door waarneembare marktgegevens door correlatie of andere middelen (markt-bevestigde inputs).
Beleggingen die tot deze categorie behoren zijn:
1) Renteswaps
2) Valuta termijncontracten

Bij de waardering van renteswaps wordt de toekomstige uitwisseling van kasstromen, die zijn gebaseerd op een vaststaand rentepercentage dan wel een uit de in de markt waarneembare swaprentecurve af te leiden variabele rente, verdisconteerd met de in de markt waarneembare swaprente.

De waarde van valuta termijncontracten is af te leiden uit het verschil tussen de in het contract afgesproken wisselkoers waar tegen in de toekomst kasstromen uitgewisseld worden en de huidige wisselkoers.

Waarderingsmethode zonder (significante) waarneembare marktvariabelen (“Niveau 3”)
Voor reële waardebepaling op niveau 3 wordt gebruik gemaakt van niet-waarneembare marktvariabelen voor het actief. Niet-waarneembare inputvariabelen kunnen worden gebruikt voor zover waarneembare inputvariabelen niet beschikbaar zijn. Hierdoor kan op de rapportagedatum toch de reële waarde bepaald worden in situaties waarin sprake is van weinig of geen actieve markt voor het actief of verplichting. De waardering is dan gebaseerd op de beste inschatting van het management die de markt zou gebruiken om tot een waardering van het financieel instrument te komen. Voorbeelden zijn bepaalde private equity investeringen en private plaatsingen.
Beleggingen die tot deze categorie behoren zijn:
1) Private equity
2) Niet-beursgenoteerde beleggingsfondsen (vastgoed, infrastructuur, hypotheken en direct lendin contracten).

De reële waarde van deze beleggingen is gebaseerd op de niet-waarneembare Net Asset Value die wordt verstrekt door de beheerder van de belegging. De beheerder op zijn beurt gebruikt waarderingsmodellen waarbij een significant deel van de inputvariabelen die bepalend zijn voor de waardebepaling niet waarneembaar zijn in de markt.

Samengevat ziet de reële waarde hiërarchie er als volgt uit:

  Niveau 1 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 3 Totaal Totaal
Weergave in marktwaardes 2019 2018 2019 2018 2019 2018 2019 2018
Zakelijke waarde - 120.316 - - - 160.802 - 281.118
Vastrentend - 2.511.665 - - - 298.463 - 2.810.128
Overige - -2.054 - 15.643 - 78.354 - 91.943
                 
Totaal beleggingsportefeuille - 2.629.927 - 15.643 - 537.619 - 3.183.189
 
 
 

In bovenstaande tabel is de totale beleggingsportefeuille weergegeven inclusief derivaten met een negatieve waarde die zijn opgenomen onder de overige beleggingen (2018: € 8,9 miljoen).

Het verloop van de beleggingen van het verzekeringsbedrijf is als volgt:

  Totaal 2019 Totaal 2018
Voor eigen rekening    
Beginstand 2.612.041 2.525.386
herrubricering - -3
Aan - en verkopen -76.749 36.454
Waardeontwikkeling 76.177 50.204
Eindstand 30-04-2019 2.611.469 2.612.041
     
Derivaten met een negatieve waarde 14.925 8.865
Netto positie beleggingen voor eigen rekening 2.626.394 2.620.906
     
Voor risico polishouders met garantie    
Beginstand 279.401 309.672
herrubricering - -
Aan - en verkopen -8.111 -26.666
Waardeontwikkeling 12.964 -3.605
Eindstand 30-04-2019 284.254 279.401
     
Derivaten met een negatieve waarde - 16
Netto positie beleggingen voor risico polishouders met garantie 284.254 279.417
     
Voor risico polishouders zonder garantie    
Beginstand 291.747 302.859
herrubricering - 3
Aan - en verkopen -8.327 -10.596
Waardeontwikkeling 24.675 -519
Eindstand 30-04-2019 308.095 291.747
     
Derivaten met een negatieve waarde - 3
Netto positie beleggingen voor risico polishouders zonder garantie 308.095 291.750
     
TOTALE BELEGGINGSPORTEFEUILLE 30-4-2019 3.218.743 3.192.073
Vervallen consoldatie loyalis -3.218.743 -3.192.073
Eindstand beleggingportefeuille - -
 
 
 

Vlottende activa

 

  31-12-2019 31-12-2018
Vorderingen en overlopende activa (5)    
Debiteuren 22.232 20.263
Vorderingen op verbonden partijen 191.531 169.782
Nog te factureren bedragen 19.838 26.659
Belastingen en premies sociale verzekeringen 10.874 -
Vennootschapsbelasting 45.429 34.471
Vorderingen uit hoofde van beleggingen - 1.659
Te vorderen verzekeringspremies - 15.568
Overige vorderingen en overlopende activa 21.833 32.127
Totaal 311.737 300.529
 
 
 

De vorderingen op verbonden partijen hebben voornamelijk betrekking op de verrichte dienstverlening aan de fondsen voor gemene rekening uit hoofde van het vermogensbeheer door APG Groep. De fondsen voor gemene rekening betreffen beleggingsgemeenschappen waarin vermogen bijeen is gebracht door meerdere opdrachtgevers met gemeenschappelijke beleggingsdoelen en het beheer gevoerd wordt door APG Groep.

Onder de vorderingen zijn geen bedragen opgenomen (2018: nihil) met een resterende looptijd langer dan één jaar. Er zijn geen zekerheden verstrekt en er is geen rente ontvangen over de vorderingen.

  31-12-2019 31-12-2018
Vorderingen uit herverzekering (6)    
Herverzekering voorzieningen - 54.526
Vordering uit herverzekering - 5.916
Totaal - 60.442
 
 
 

  31-12-2019 31-12-2018
Liquide middelen (7)    
Banktegoeden in rekening courant 377.453 288.091
Deposito's 215.000 145.000
Liquide middelen uit hoofde van beleggingen - 25.419
Totaal 592.453 458.510
 
 
 

Van de liquide middelen staat een bedrag van € 7,2 miljoen (2018: € 4,5 miljoen) niet ter vrije beschikking.

Er zijn geen verdere zekerheden gesteld, noch aanvullende voorwaarden aangegaan. Gezien de aard van de deposito’s (kortlopend) is het renterisico zeer laag. De deposito’s zijn uitgezet bij kredietwaardige financiële instellingen. Om deze reden is het kredietrisico beperkt.

Groepsvermogen (8)

  31-12-2019 31-12-2018
     
Eigen vermogen 764.020 1.090.283
Totaal groepsvermogen 764.020 1.090.283
 
 
 

De samenstelling van het eigen vermogen van APG Groep wordt in de toelichting op de balans in de enkelvoudige jaarrekening nader toegelicht.

Kapitaal- en dividendbeleid
Door de verkoop van het verzekeringsbedrijf zijn de Solvency II verplichtingen voor APG Groep komen te vervallen. Dit gaf aanleiding om het kapitaal- en dividendbeleid te hervormen. Belangrijke uitgangspunten in het nieuwe beleid zijn: financiële stabiliteit, ruimte voor mogelijke strategische investeringen en een vereist rendement passend bij een maatschappelijk georiënteerde organisatie van 6,1% Door middel van het nieuwe beleid wordt gestreefd naar het voorkomen van overkapitalisatie, aangezien dit niet bijdraagt aan het streven van APG naar het maximaliseren van pensioenwaarde. APG keert jaarlijks het resultaat plus afschrijving immateriële vaste activa onder aftrek van wijzigingen in het vereist vermogen uit.

Solvabiliteit
Vanaf het moment van aandelenoverdracht van Loyalis aan a.s.r. heeft APG Groep geen zeggenschap meer over Loyalis en haar dochtermaatschappijen. De Solvency II verplichtingen voor APG Groep komen hier mee te vervallen. Derhalve zijn alleen de Solvency II cijfers 2018 opgenomen.

De solvabiliteitsratio van APG Groep bedroeg ultimo 2018 182% op basis van Solvency II. Exclusief voorgesteld dividend bedroeg de Solvency II-ratio ultimo 2018 215%. APG Groep streefde tot en met 2018 intern naar een Solvency II ratio van minimaal 169%. Voor 2019 is dit niet meer van toepassing.

Vereist kapitaal
Bij de berekening van het vereist kapitaal voor APG Groep is rekening gehouden met het vereist kapitaal van APG Asset Management op basis van MiFID alsmede het vereist kapitaal van het verzekeringsbedrijf Loyalis tot de verkoop van Loyalis op basis van Solvency II. Daarnaast is vanuit groepsperspectief rekening gehouden met marktrisico, tegenpartijkredietrisico en diversificatie binnen de APG Groep. Het vereist kapitaal op basis van Solvency II voor APG Groep bedroeg ultimo 2018 € 438 miljoen.

Beschikbaar kapitaal
De onder toezicht staande deelnemingen APG Asset Management (MiFID) en het verzekeringsbedrijf Loyalis (Solvency II) worden in de berekening van het beschikbaar kapitaal meegeteld op de wijze die de wetgever voorschrijft. De overige deelnemingen alsmede de activa en passiva van APG Groep enkelvoudig, zijn aangepast op basis van de Solvency II grondslagen. Deze aanpassingen hebben met name betrekking op de immateriële vaste activa, belastinglatenties en niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Het beschikbaar kapitaal van APG Groep bedroeg op basis van deze berekening ultimo 2018 € 799 miljoen (exclusief voorgesteld dividend bedraagt het beschikbaar kapitaal per ultimo 2018 € 944 miljoen). Het beschikbaar kapitaal is volledig op marktwaarden gebaseerd. Het kapitaal bestaat voor 96% uit Tier 1 kapitaal en voor 4% uit Tier 3 kapitaal (kapitaal uit actieve belastingposities).

Het beschikbare kapitaal wordt bepaald door het aanwezige kapitaal, rekening houdend met een maximaal Tier 3 kapitaal van 15%.

Verloop groepsvermogen
Het verloop van het groepsvermogen alsmede inzicht in het totaalresultaat (groepsresultaat en rechtstreekse mutaties) is als volgt.

    2019   2018
         
Beginstand   1.090.283   1.186.742
Groepsresultaat na belastingen 53.405   47.877  
Omrekeningsverschillen buitenlandse deelneming 332   664  
Totaal resultaat   53.737   48.541
Uitgekeerd dividend in contanten -380.000   -145.000  
Totaal rechtstreekse mutaties in relatie met de aandeelhouders   -380.000   -145.000
Eindstand   764.020   1.090.283
 
 
 

Voorzieningen

Verzekeringsverplichtingen (9)
De verzekeringsverplichtingen hebben betrekking op levensverzekeringen en schadeverzekeringen. Van de schadeverzekeringsverplichtingen is een deel herverzekerd. Het herverzekeringsdeel van de voorziening schadeverzekeringen is opgenomen onder de vorderingen uit herverzekering (2018: € 54,5 miljoen). De totale verplichting is opgenomen onder de voorziening voor verzekeringsverplichtingen.

  31-12-2019 31-12-2018
     
Voorziening levensverzekering - 1.887.791
Voorziening schadeverzekering - 970.072
Totaal - 2.857.863
 
 
 

Het verloop van de voorziening voor verzekeringsverplichtingen is als volgt.

  Voor eigen rekening Voor risico polishouders zonder garantie Voor risico polishouders met garantie Totaal 2019 Totaal 2018
           
Beginstand 2.033.184 286.571 538.108 2.857.863 2.918.888
Premie en overige dotaties 76.333 5.782 9.838 91.953 257.539
Toegevoegde interest 60.401 23.822 11.170 95.393 41.356
Winstdeling / indexatie 28 - - 28 -2.051
Vrijval voor kosten -4.307 -917 -1.787 -7.011 -21.466
Vrijval voor uitkeringen -48.137 -7.548 -32.892 -88.577 -283.946
Wijzigingen in aannames - - - - -14.439
Overige mutaties (expiratie en afkoop) -6.149 -1.710 1.644 -6.215 -38.018
Eindstand 30-04-2019 2.111.353 306.000 526.081 2.943.434 2.857.863
Vervallen consoldatie loyalis -2.111.353 -306.000 -526.081 -2.943.434  
Eindstand voorzieningen - - - - 2.857.863
 
 
 

De voorziening voor levensverzekeringsverplichtingen bestaat uit:

  31-12-2019 31-12-2018
     
Ingegane en uitgestelde periodieke uitkeringen - 884.885
Pensioenverzekeringscontracten - 169.314
Unit-linked verzekeringen met garanties - 538.108
Unit-linked verzekeringen zonder garanties - 286.571
Risicoverzekeringen - 8.913
Totaal - 1.887.791
 
 
 

De voorziening schadeverzekering bestaat uit:

  31-12-2019 31-12-2018
     
Verzekeringspolissen voor arbeidsongeschiktheid - 960.615
Ziekengeld - 6.360
Overig - 3.097
Totaal - 970.072
 
 
 

De voorzieningen voor deze schadeverzekeringen zijn gebaseerd op de geschatte uiteindelijke lasten van alle vóór balansdatum ontstane schadegevallen, ongeacht of deze al dan niet zijn gemeld (Incurred But Not Reported afgekort: IBNR), tezamen met de hiermee verband houdende (toekomstige) administratiekosten.

Belastinglatentie (10)
De voorziening belastinglatentie vloeit hoofdzakelijk voort uit de afwijkende fiscale waardering van vaste activa.

  2019 2018
     
Beginstand 1.700 1.589
Dotatie 132 1.014
Vrijval - -224
Benutting - -679
Eindstand 1.832 1.700
 
 
 

Overige voorzieningen (11)
Het verloop van de overige voorzieningen is als volgt.

  Personeels- gerelateerde voorzieningen Voorziening reorganisatie Overige voorzieningen Totaal 2019 Totaal 2018
           
Beginstand 32.964 40.505 2.363 75.832 87.609
Onttrekkingen Loyalis -15 -442 - -457 -
Vervallen consolidatie Loyalis -719 -9.368 - -10.087 -
Dotaties 14.725 16.545 74 31.344 19.808
Onttrekkingen -6.538 -4.629 - -11.167 -22.602
Vrijval -1.155 -1.890 - -3.045 -9.467
Overige mutaties 500 - 13 513 484
Eindstand 39.762 40.721 2.450 82.933 75.832
 
 
 

Van het totaalbedrag heeft € 32,1 miljoen (2018: € 26,6 miljoen) naar verwachting een looptijd langer dan vijf jaar. Naar verwachting komt € 10,9 miljoen in 2020 tot afwikkeling (2018: € 13,5 miljoen).

Personeelsgerelateerde voorzieningen

Deze voorziening is gevormd voor verplichtingen uit hoofde van lange termijn personeelsbeloningen (dienstjubilea, bonusplan) en een voorziening voor een hypotheekfaciliteit voor ex-medewerkers.

Voorziening reorganisatie

Deze voorziening is gevormd ter dekking van de reorganisatiekosten uit hoofde van de door de werkgever gefaciliteerde mogelijkheid tot vrijwillig vertrek en de boventalligheid analoog aan de stadia van veranderprogramma’s binnen de groep. In 2019 heeft een dotatie ad € 16,5 miljoen (2018: € 4,0 miljoen) plaatsgevonden. De vorming van deze reorganisatievoorziening vindt plaats op het moment dat er een gedetailleerd plan van de reorganisatie is geformaliseerd en dit kenbaar is gemaakt aan de betrokkenen. Onttrekkingen aan de voorziening vinden plaats op het moment dat de betreffende uitgaven uit hoofde van vrijwillig vertrek en boventalligheid plaatsvinden. In 2019 is gebleken dat de totale verwachte uitgaven voor reorganisatie lager zijn dan oorspronkelijk ingeschat, hetgeen heeft geresulteerd in een vrijval van € 1,9 miljoen (2018: € 4,6 miljoen).

Overige voorzieningen
De overige voorzieningen betreffen een voorziening voor groot onderhoud die is gevormd voor de toekomstige kosten van groot onderhoud.

Langlopende schulden (12) 

  31-12-2019 31-12-2018
     
Beginstand 10.911 10.911
Opgenomen - -
Aflossingen - -
Totaal 10.911 10.911
 
 
 

Van de eindstand heeft een bedrag van nihil betrekking op financiering door verbonden partijen (2018: nihil). Van de eindstand heeft € 10,9 miljoen een restlooptijd groter dan vijf jaar (2018: € 10,9 miljoen). Het rentepercentage is 7,25% per jaar (2018: 7,25% per jaar). Er zijn geen zekerheden gesteld. De reële waarde van de langlopende schulden bedraagt € 24,9 miljoen (2018: € 23,2 miljoen).

Kortlopende schulden en overlopende passiva (13)

  31-12-2019 31-12-2018
     
Schulden uit hoofde van beleggingen - 15.258
Te betalen uitkeringen - 18.812
Vooruitontvangen bedragen 2.612 4.495
Vooruitgefactureerde bedragen 13.017 16.938
Crediteuren 10.996 24.357
Vakantiegeld en -dagen 22.466 22.098
Overige personeelsgerelateerde verplichtingen 37.463 28.554
Belastingen en premies sociale verzekeringen 21.672 20.472
Vennootschapsbelasting 730 227
Schulden aan verbonden partijen en verstrekte kortingen 179.018 148.507
Nog te betalen bedragen 27.317 24.542
Nog te ontvangen facturen 1.924 3.157
Schulden ter zake van pensioenen 19 8
Schulden betreffende derivaten 129 9.450
Schulden uit herverzekering - 6.985
Huurkorting van een kantoorpand - 932
Overige schulden 386 32.565
Totaal 317.749 377.357
 
 
 

De schulden betreffende derivaten is een ontvangen cash collateral ter dekking van het afwikkelingsrisico van valutatermijncontracten. Deze zijn afgesloten om de toekomstige kosten van de activiteiten van de buitenlandse deelnemingen te financieren. Onder de crediteuren is een bedrag van € 10,0 miljoen (2018: € 15,6 miljoen) opgenomen aan schulden aan de Belastingdienst. De schulden verbonden partijen bestaat uit € 159 miljoen uit omzet gerelateerde verplichtingen die worden afgewikkeld in januari 2020.

Onder de kortlopende schulden is een bedrag van € 4,2 miljoen (2018: nihil) opgenomen met een resterende looptijd langer dan één jaar. Er is geen rente betaald over de kortlopende schulden.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa

Per balansdatum staat aan verplichtingen uit hoofde van lopende huurcontracten een bedrag van € 157,6 miljoen open (2018: € 173,6 miljoen), waarvan € 22,0 miljoen verschuldigd binnen één jaar (2018: € 21,1 miljoen), € 65,3 miljoen verschuldigd tussen één en vijf jaren (2018: € 65,7 miljoen) en € 70,3 miljoen verschuldigd na vijf jaren (2018: € 86,8 miljoen). In het verslagjaar zijn voor € 19,3 miljoen huurkosten verantwoord (2018: € 20,7 miljoen).

APG Groep is in 2015 langlopende contracten aangegaan met twee contractpartijen voor de afname van zakelijke dienstverlening. Dit komt voort uit de oprichting van de Brightlands Smart Services Campus in samenwerking met de Universiteit Maastricht en de Provincie Limburg. De verplichtingen uit hoofde van deze contracten bedragen € 69,6 miljoen (2018: € 80,4 miljoen), waarvan € 10,8 miljoen verschuldigd binnen één jaar na afloop van het boekjaar (2018: € 10,8 miljoen), € 46,8 miljoen tussen één en vijf jaren (2018: € 45,6 miljoen) en € 12,0 miljoen verschuldigd na vijf jaren (2018: € 24,0 miljoen). In de contracten zijn minimumafnames overeen gekomen. Indien de werkelijk gerealiseerde afname lager is dan de voor dat moment geldende minimumafname dan heeft APG Groep de verplichting tot het betalen van 25% van het verschil. Voor het geval van voortijdige beëindiging door APG Groep zijn beëindigingsvergoedingen overeengekomen afhankelijk van het moment van beëindiging. De hieruit potentieel voortvloeiende verplichting bedraagt maximaal € 2,0 miljoen.

De verplichtingen uit hoofde van langlopende autoleasecontracten bedragen € 7,1 miljoen (2018: € 7,2 miljoen), waarvan € 2,7 miljoen verschuldigd binnen één jaar na afloop van het boekjaar (2018: € 3,1 miljoen) en € 4,4 miljoen tussen één en vijf jaren (2018: € 4,1 miljoen). Er zijn geen verplichtingen verschuldigd na vijf jaren. In het verslagjaar zijn voor € 4,1 miljoen leasekosten verantwoord (2018: € 5,2 miljoen). De leasemaatschappij heeft de leaseverplichting bepaald op basis van de afschrijvingen verhoogd met een opslag voor brandstof, verzekeringen, onderhoud en belastingen.

De verplichtingen uit hoofde van onderhouds- en overige contracten bedragen € 27,4 miljoen (2018: € 28,2 miljoen) waarvan € 10,0 miljoen (2018: € 10,3 miljoen) verschuldigd binnen één jaar na afloop van het boekjaar en € 17,4 miljoen (2018: € 17,9 miljoen) verschuldigd tussen één en vijf jaren. Er zijn geen verplichtingen verschuldigd na vijf jaren.

De groep is ultimo verslagjaar investeringsverplichtingen met betrekking tot informatieverwerkende apparatuur en software aangegaan ad € 4,1 miljoen (2018: € 0,6 miljoen).

In 2018 is APG Groep langlopend contract aangegaan voor de afname van zakelijke dienstverlening, dit komt voort uit de verkoop van Inovita B.V. De verplichting uit hoofde van dit contract bedraagt € 2,9 miljoen (2018:
€ 6,5 miljoen), waarvan € 1,3 miljoen (2018: € 2,0 miljoen)verschuldigd binnen één jaar na afloop van het boekjaar en € 1,6 miljoen (2018: € 4,5 miljoen) tussen één en vijf jaren. In het contract zijn minimumafnames overeen gekomen. Indien de werkelijk gerealiseerde afname lager is dan de voor dat moment geldende minimumafname dan heeft APG Groep de verplichting tot het betalen van 30% van het verschil.

Door de verkoop van het verzekeringsbedrijf is er geen sprake van toekomstige commitments in private equity en infrastructuur (2018: € 147,9 miljoen).
De verplichtingen uit hoofde van afgesloten derivaten ter afdekking van de financiering van de buitenlandse dochters bedragen per balansdatum € 121,3 miljoen (2018: € 101,7 miljoen). De reële waarde van deze derivaten bedraagt per balansdatum € 0,5 miljoen negatief (2018: € 0,4 miljoen positief). De verplichtingen hebben een looptijd van korter dan 1 jaar. In de contractvoorwaarden is de uitwisseling van onderpand opgenomen ter dekking van het afwikkelingsrisico.

Bij APG Groep zijn fiscale eenheden van toepassing, te weten voor de vennootschaps- respectievelijk omzetbelasting. Binnen een dergelijke fiscale eenheid zijn de vennootschappen over en weer hoofdelijk aansprakelijk voor elkaars belastingschulden. Belastingen worden toegerekend op basis van het aandeel van de vennootschappen in de totale belastingen, als ware de vennootschappen zelfstandig belastingplichtig.

Met betrekking tot de performance resultaten uit investeringen die zijn gedaan onder oude mandaten bij een voormalige deelneming, bestaat een recht op nog te ontvangen vergoedingen (carried interest notes, 2019: € 0,1 miljoen, 2018: nihil). Over de hoogte van de toekomstig te ontvangen vergoedingen bestaat onzekerheid.

12.2.9 Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening

 

Verkoop Loyalis

Als gevolg van de verkoop van de verzekeringsactiviteiten is het resultaat van Loyalis opgenomen voor de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 april 2019.

Netto-omzet

  Totaal 2019 Totaal 2018
Beheervergoedingen (14)    
Vermogensbeheer 492.907 467.494
Pensioenuitvoering 219.748 216.910
Totaal 712.655 684.404
 
 
 

Overige bedrijfsopbrengsten (15)

Hieronder zijn andere gerealiseerde opbrengsten verantwoord dan de opbrengsten die rechtstreeks voortvloeien uit de uitvoeringscontracten met pensioenfondsen en het vermogensbeheer voor derden. In deze post zijn tevens opgenomen de van herverzekeraars ontvangen provisies en winstdeling.

  Totaal 2019 Totaal 2018
Verzekeringspremies (16)    
Levensverzekeringen    
Eigen rekening en risico 29.833 86.400
Risico polishouders 6.042 17.539
  35.875 103.939
Schadeverzekeringen    
Eigen rekening en risico 58.618 164.888
Risico polishouders - -
  58.618 164.888
     
Totaal 94.493 268.827
 
 
 

  Zakelijke waarden Vastrentende waarden Overige beleggingen Totaal 2019 Totaal 2018
Beleggingsresultaten (17)          
Dividenden 2.613 7.479 - 10.092 11.121
Rente - 7.252 4.774 12.026 40.463
Waardemutaties 23.039 44.951 23.708 91.698 -5.505
Totaal 25.652 59.682 28.482 113.816 46.079
           
Voor eigen rekening 3.965 51.538 20.674 76.177 50.203
Voor risico van polishouders met garantie 5.109 5.891 1.964 12.964 -3.606
Voor risico van polishouders zonder garantie 16.578 2.253 5.844 24.675 -518
Totaal 25.652 59.682 28.482 113.816 46.079
 
 
 

Het resultaat uit financiële transacties bestaat onder andere uit kosten betreffende de aan- en verkoop van beleggingen alsmede valutaresultaten.

Gesegmenteerde informatie netto-omzet

  Totaal 2019 Totaal 2018
Netto omzet    
Vermogensbeheer 494.975 472.940
Pensioenuitvoering 225.920 225.043
Verzekeringsbedrijf 208.816 316.515
Ondersteunende bedrijven 112.529 155.603
APG Groep enkelvoudig 56.074 52.356
Eliminaties -154.045 -186.157
Totaal 944.269 1.036.300
 
 
 

De gesegmenteerde informatie is primair overeenkomstig met de juridische structuur van APG Groep waarbij segmentatie plaatsvindt naar APG Asset Management, APG Rechtenbeheer, Loyalis en ondersteunende dienstverlening.

Bedrijfslasten

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten (18)
Deze post betreft onder andere kosten inhuur extern personeel, accountantskosten en advieskosten.

  Totaal 2019 Totaal 2018
Personeelskosten (19)    
Lonen en salarissen 299.324 289.714
Pensioenlasten 28.389 29.719
Sociale lasten 31.585 31.148
Overige personeelskosten 54.740 39.102
Totaal 414.038 389.683
 
 
 

Pensioenregeling medewerkers

De pensioenregeling van een groot aantal medewerkers is ondergebracht bij Stichting Pensioenfonds ABP. De aanspraken worden opgebouwd op basis van middelloon en aantal dienstjaren, met voorwaardelijke indexatie. Voor het merendeel van de overige medewerkers is de pensioenregeling ondergebracht bij Stichting Personeelspensioenfonds APG. De aanspraken worden opgebouwd op basis van middelloon en aantal dienstjaren, met voorwaardelijke indexatie. APG Groep heeft geen verplichting tot het doen van aanvullende bijdragen in het geval van tekorten bij deze pensioenfondsen, anders dan het voldoen van toekomstige premies. Op grond van deze zogenaamde toegezegde bijdrage regeling is volstaan met het vermelden van de premie als last.

Voor de meeste medewerkers in het buitenland gelden specifieke regelingen.

Aantal personeelsleden

Bij de groep waren in 2019 gemiddeld 2.940 werknemers in dienst (2018: 3.140), onderverdeeld in de volgende segmenten.

  Totaal 2019 Totaal 2018
     
Directie en staven 346 323
APG Rechtenbeheer 1.317 1.156
APG Asset Management 835 757
APG Servicepartners 91 -
Loyalis - 226
APG Deelnemingen - 140
Ondersteunende eenheden 351 538
Totaal 2.940 3.140
 
 
 

In 2019 waren gemiddeld 194 werknemers werkzaam in het buitenland (2018: 171). Deze werknemers zijn allen werkzaam bij APG Asset Management.

Bezoldiging van commissarissen en bestuurders (in euro's)

De bezoldigingen van commissarissen en bestuurders zijn vastgesteld door de algemene vergadering van aandeelhouders.

  Vaste vergoeding Vergoeding lidmaatschap commissies Werkgeverslasten en belastingen Totaal 2019 Totaal 2018
Raad van commissarissen          
Jaap van Manen* 46.908 - 9.851 56.759 -
Pieter Jongstra 36.484 15.636 10.945 63.065 63.940
Edith Snoeij 31.272 13.030 9.303 53.605 53.400
Maes van Lanschot 31.272 12.937 9.284 53.493 51.996
Roger van Boxtel 31.272 5.212 7.662 44.146 42.859
Claudia Zuiderwijk 31.272 10.424 8.756 50.452 48.982
Dick van Well 31.272 5.212 7.662 44.146 49.639
Bart Le Blanc** - - - - 34.109
 
* = vanaf 1 januari 2019
** = tot 22 juli 2018
 

  Directe salarissen Compensatie verlaging pensioen- opbouw Personele lasten Pensioen- lasten Totaal 2019 Totaal 2018
Raad van bestuur            
Gerard van Olphen 525.171 59.015 10.716 18.413 613.315 595.961
Wim Henk Steenpoorte 420.137 45.850 10.716 17.516 494.219 478.628
Annette Mosman* 420.137 45.850 10.716 17.516 494.219 416.833
Ronald Wuijster** 582.465 70.287 10.716 19.181 682.649 505.376
Francine Roelofsen - van Dierendonck*** 408.098 45.850 10.716 17.516 482.180 75.095
 
* = vanaf 6 februari 2018
** = vanaf 6 maart 2018
*** = vanaf 1 november 2018
 

De kolom Directe salarissen bevat het vaste jaarsalaris, de uitgekeerde vakantietoeslag en uitgekeerde eindejaarsuitkering. Francine Roelofsen – van Dierendonck is per 1 november 2018 toegetreden als lid van de raad van bestuur en heeft hierdoor geen volledige vakantie uitkering ontvangen in 2019. Dit resulteert in een lager direct salaris voor mevrouw Roelofsen – van Dierendonck. De kolom Compensatie verlaging pensioenopbouw vloeit voort uit een generieke regeling binnen APG Groep op basis waarvan de vermindering van de werkgeverspensioenpremie als gevolg van de maximering van de pensioenopbouw (2019: € 107.953 | 2018: € 105.075) toekomt aan de werknemer. De kolom personele lasten bevat de werkgeverslasten, de kolom pensioenlasten bevat de lasten uit hoofde van pensioenpremies.

In bovenstaande tabel zijn de vergoedingen inzake mobiliteit en vitaliteit niet opgenomen (2019: € 132.404 | 2018: € 58.865). De stijging ten opzichte van vorig jaar komt voornamelijk door een eenmalige uitkering van een mobiliteitsvergoeding met terugwerkende kracht tot september 2017. Deze is abusievelijk de afgelopen jaren niet uitgekeerd. Bovendien geldt voor 2019 dat alle bestuurders een volledig jaar in dienst zijn geweest. De vergoedingen voor een volledig jaar en voor vijf leden van de raad van bestuur exclusief de eenmalige uitkering bedroeg in 2019 € 108.565.
De mobiliteits- en vitaliteitsvergoedingen zijn beide onderdeel van de CAO, waarbij met betrekking tot mobiliteit de keuze gemaakt kan worden tussen een vergoeding of een leaseauto en de vitaliteitsvergoeding bijdraagt aan een actieve en gezonde leefstijl.

Alle vergoedingen zijn gelijk gebleven behoudens de cao stijging, die voor alle medewerkers van APG Groep 3% bedroeg in 2019.

Per 6 maart 2018 is Ronald Wuijster toegetreden als lid van de raad van bestuur met als portefeuille Vermogensbeheer. Net als de andere leden van de raad van bestuur krijgt de heer Wuijster geen variabele beloning. De beloning van de heer Wuijster is bij benoeming 12% onder het niveau van zijn voorganger vastgesteld. Afgesproken is dat het salaris van de heer Wuijster voorwaardelijk halverwege zijn termijn in 2020 stijgt met € 39.500 (exclusief CAO indexaties en aftopping pensioen). Dit afgesproken beloningsniveau blijft daarmee onder de marktbenchmark en 5% onder het niveau van zijn voorganger.
Er bestaan geen regelingen omtrent vervroegde uittreding voor de leden van de raad van bestuur.

Er zijn geen leningen, voorschotten of garanties verstrekt aan (voormalig) bestuurders of commissarissen.

Mutatie voorziening verzekeringsverplichtingen (20)
Voor een toelichting op deze post wordt verwezen naar het verloopoverzicht van de voorziening voor verzekeringsverplichtingen bij de toelichting op de balans (9).

Uitkeringen (21) 
Hieronder zijn de aan polishouders gedane uitkeringen opgenomen. Het betreft uit te keren bedragen leven
€ 62,7 miljoen (2018: € 207,6 miljoen) en schade € 23,9 miljoen (2018 € 70,3 miljoen) onder aftrek van herverzekerde bedragen leven € 2,9 miljoen (2018: € 3,2 miljoen) en schade € 1,1 miljoen (2018: € 3,3 miljoen).

  Totaal 2019 Totaal 2018
Afschrijvingen op immateriele en materiele vaste activa (22)    
Afschrijvingen immateriële vaste activa 47.197 52.585
Afschrijvingen materiële vaste activa 8.432 7.398
Totaal 55.629 59.983
 
 
 

  Totaal 2019 Totaal 2018
Overige bedrijfskosten (23)    
Huisvestingskosten 34.394 36.980
Automatiseringskosten 81.886 95.061
Overig 11.948 19.080
Totaal 128.228 151.121
 
 
 

De post Overig betreft onder andere portikosten, kantoorbenodigdheden, telefoonkosten en overige materiële kosten.

Rentebaten en soortgelijke opbrengsten (24)

De rentebaten betreffen de gerealiseerde opbrengsten uit rekening-courant en deposito´s.

Rentelasten en soortgelijke kosten (25)

De financiële lasten betreffen hoofdzakelijk rentelasten uit hoofde van langlopende schulden. Er zijn geen rentelasten en soortgelijke kosten verantwoord (2018: nihil), die betrekking hebben op verhoudingen met verbonden partijen.

Belastingen (26)
De belastingen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening zijn als volgt te specificeren.

  Totaal 2019 Totaal 2018
     
Lopende periode    
Lopend jaar -4.724 -26.842
Aanpassingen voorgaande jaren 1.240 -
Effecten u.h.v. verkoop Loyalis 6.381 -
Mutatie belastinglatentie    
Tijdelijke verschillen -11.969 2.530
Effect wijziging belastingtarief 2.667 -22.180
Totaal -6.405 -46.492
     
Effectieve belastingdruk 8,6% 48,5%
 
 
 

Het effectieve belastingtarief wijkt 16,4 procentpunt af van het van toepassing zijnde belastingtarief van 25,0 procent, door onder andere de tariefwijziging conform Belastingplan 2020 en een incidenteel effect in de vennootschapsbelasting van € 6 miljoen. Dit vloeide voort uit de liquidatie van een vennootschap, vanwege de verkoop van Loyalis.

Resultaat deelnemingen (27)
Het resultaat deelnemingen betreft het resultaat van de niet in de consolidatie betrokken deelnemingen.

12.2.10 Geconsolideerde winst- en verliesrekening Loyalis: 1 januari tot en met 30 april

In duizenden euro's

  2019 2018
Netto omzet    
Beheervergoedingen (14) - -
Overige bedrijfsopbrengsten (15) 507 1.609
Verzekeringspremies (16) 94.493 268.827
Beleggingsresultaten (17) 113.816 46.079
     
Som der bedrijfsopbrengsten 208.816 316.515
     
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten (18) 6.412 17.310
Personeelskosten (19) 6.503 18.860
Mutatie voorziening verzekeringsverplichtingen (20) 80.241 -75.483
Uitkeringen (21) 82.584 271.479
Afschrijvingen op immateriele en materiele vaste activa (22) - -
Overige bedrijfskosten (23) 8.477 28.400
     
Som der bedrijfslasten 184.217 260.566
     
Bedrijfsresultaat 24.599 55.949
     
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten (24) - -
     
Rentelasten en soortgelijke kosten (25) 38 14
     
Resultaat voor belastingen 24.561 55.935
     
Belastingen (26) -5.168 -29.450
     
Resultaat deelnemingen (27) -180 -
     
Groepsresultaat na belastingen 19.213 26.485
     
 

12.2.11 Geconsolideerd kasstroomoverzicht Loyalis: 1 januari tot en met 30 april

In duizenden euro's

  2019 2018
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN    
     
Bedrijfsresultaat 24.599 51.910
Aanpassingen voor:    
- Afschrijvingen op immateriele en materiele vaste activa (22) - -
- Netto beleggingen voor handelsdoeleinden (4) 40.628 -45.844
- Mutaties werkkapitaal:    
- Afname vorderingen en overlopende activa (5) -38.234 4.973
- Toename vorderingen uit herverzekering (6) - -
- Afname kortlopende schulden en overlopende passiva, gecorrigeerd voor vpb (13) -69.139 10.504
- Mutatie verzekeringsverplichtingen (9) 153.895 -61.025
- Mutatie overige voorzieningen (11) -459 -4.146
     
Kasstroom uit bedrijfsoperaties 111.290 -43.628
     
Ontvangen interest - 97
Betaalde interest -38 -111
Betaalde vennootschapsbelasting - -
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 111.252 -43.642
     
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN    
Investeringen in vaste activa - -
Verkoop van deelnemingen -2.089 -
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN -2.089 -
     
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN    
Uitgekeerd dividend aan aandeelhouder van de vennootschap -20.000 -15.000
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN -20.000 -15.000
     
Netto kasstroom 89.163 -58.642
Koers- en omrekenverschillen op geldmiddelen - -
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN 89.163 -58.642
     
     
     
Beginstand liquide middelen (7) 80.075 138.717
Eindstand liquide middelen (7) 169.238 80.075
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN 89.163 -58.642
     
 

 

12.2.12 Toelichting op het geconsolideerde kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Voor de samenstelling van de liquide middelen wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans.

Interest over de liquide middelen is opgenomen onder de ontvangen respectievelijk betaalde interest. Deze posten worden tot de operationele activiteiten gerekend en derhalve als zodanig verantwoord.

De investeringen hebben betrekking op investeringen in inrichting en inventaris, informatieverwerkende apparatuur en software.
De verkrijgingsprijs van de verkoop van Loyalis is opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten. De aanwezige geldmiddelen ter grootte van € 169,2 miljoen zijn op de verkoopprijs in mindering gebracht.

Onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten is opgenomen de dividenduitkering in de loop van het boekjaar alsmede een aantal verrekeningen met Stichting Pensioenfonds ABP.

 

12.2.13 Overige toelichtingen

Transacties met verbonden partijen

Transacties met verbonden partijen vinden plaats tegen marktconforme condities.

Een deel van de bedrijfspanden is onder marktconforme condities gehuurd van Stichting Pensioenfonds ABP. De totale contractduur bedraagt 12 jaar en 8 maanden, ingaande 1 januari 2008. De kosten bedroegen in het verslagjaar € 6,3 miljoen (2018: € 6,3 miljoen) en zullen voor 2020 € 6,4 miljoen bedragen. De uit deze contractuele relatie ontstane toekomstige verplichtingen zijn begrepen onder de aangegane huurverplichtingen zoals opgenomen in de rubriek niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Stichting Pensioenfonds ABP, APG Groep, Loyalis en haar dochters (tot en met 30 april 2019), APG Rechtenbeheer, APG Asset Management, APG Deelnemingen en haar 100% dochters en APG Diensten vormen samen een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Dit betekent dat de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk is voor omzetbelastingschulden van de fiscale eenheid als geheel.
Voor wat betreft de vennootschapsbelasting vormt APG Groep een fiscale eenheid met APG Deelnemingen en haar 100% dochters, APG Diensten, APG Asset Management, APG Rechtenbeheer en Loyalis en haar dochters (tot en met 30 april 2019). Dit betekent dat deze rechtspersonen onderling hoofdelijk aansprakelijk zijn voor elkaars belastingschulden. De vennootschapsbelasting van de fiscale eenheid wordt aan elke tot de fiscale eenheid behorende vennootschap toegerekend op basis van het aandeel van een vennootschap in de totale vennootschapsbelasting.

Honoraria onafhankelijke accountant

Met ingang van boekjaar 2016 is KPMG Accountants de onafhankelijk accountant van APG Groep en haar dochters. De accountantskosten zijn verantwoord onder ‘Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten’.

  Totaal 2019 Totaal 2018
in € miljoen    
Onderzoek van de jaarrekeningen 0,8 1,2
Andere controleopdrachten (w.o. werkzaamheden inzake ISAE 3402) 2,6 2,6
Adviesdiensten op fiscaal terrein - -
Andere niet-controlediensten - -
Totaal 3,4 3,8
 
 
 

De accountantskosten voor het onderzoek van de jaarrekeningen betreffen de lasten die toe te rekenen zijn aan het boekjaar.

Onder de andere controleopdrachten zijn voor € 1,8 miljoen (2018: € 1,6 miljoen) de audit gerelateerde werkzaamheden verantwoord ten behoeve van de rapportages aan cliënten van APG Groep in het kader van de dienstverlening door APG Groep. 

Gebeurtenissen na balansdatum

In november 2019 hebben de aandeelhouders het besluit genomen om de nominale waarde van elk aandeel van € 1,00 te verlagen naar € 0,50. Op 28 januari 2020 heeft APG de verklaring van geen verzet ontvangen, waardoor de kapitaalvermindering geeffectueerd is. Als gevolg van deze kapitaalvermindering hebben de aandeelhouders op 20 februari 2020 een bedrag van € 90 miljoen ontvangen. Hiermee is de overkapitalisatie na de verkoop van Loyalis teruggegeven aan de aandeelhouders.
De uitbraak van het coronavirus begin januari 2020 heeft een significante impact op de economische condities in binnen- en buitenland. Op basis van een uitgevoerde impactanalyse is de raad van bestuur van mening dat de gebeurtenissen geen invloed hebben op de continuïteit of op de in de jaarrekening opgenomen cijfers van APG over 2019 en per 31 december 2019.

12.3 Enkelvoudige jaarrekening

12.3.1

 

Enkelvoudige balans per 31 december 2019 (vóór winstbestemming)

In duizenden euro's

  31-12-2019 31-12-2018
ACTIVA    
     
Vaste Activa    
Immateriële vaste activa (1) - -
Materiële vaste activa (2) 824 818
Financiële vaste activa (3) 512.464 989.902
  513.288 990.720
     
Vlottende activa    
Vorderingen en overlopende activa (5) 163.134 227.529
Liquide middelen (7) 314.110 102.938
  477.244 330.467
     
TOTAAL ACTIVA 990.532 1.321.187
     
     
     
PASSIVA    
     
Eigen vermogen (8)    
Gestort en opgevraagd kapitaal 705.297 705.297
Agio 174 416.380
Wettelijke reserves 3.471 4.812
Overige reserves 1.673 -84.083
Onverdeeld resultaat boekjaar 53.405 47.877
  764.020 1.090.283
     
Voorzieningen (11) 18.794 19.976
     
Langlopende schulden (12) 13.411 10.911
     
Kortlopende schulden en overlopende passiva (13) 194.307 200.017
     
     
TOTAAL PASSIVA 990.532 1.321.187
 

Enkelvoudige winst- en verliesrekening 2019

In duizenden euro's

  2019 2018
     
Resultaat deelnemingen na belastingen 66.484 54.960
Verkoopresultaat Loyalis -14.107 -
Overig resultaat na belasting 1.028 -7.083
     
Groepsresultaat na belastingen 53.405 47.877
     
 

12.3.2 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De enkelvoudige jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De grondslagen voor waardering en resultaatbepaling voor de enkelvoudige jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening zijn gelijk met uitzondering dat deelnemingen in groepsmaatschappijen worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde.

Voor de grondslagen van de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening.

Voor zover posten uit de enkelvoudige balans en de enkelvoudige winst-en-verliesrekening hierna niet nader zijn toegelicht, wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en winst-en-verliesrekening.

12.3.3 Toelichting op de enkelvoudige financiële overzichten

In duizenden euro's 

Vaste activa

Materiële vaste activa (2)
De materiële vaste activa hebben betrekking op inrichting en inventaris in de zin van aangekochte kunst.

Het verloop van deze post is als volgt.

  Totaal 2019 Totaal 2018
     
Beginstand 818 1.084
Investeringen 6 -
Desinvesteringen - -266
Afschrijvingen - -
Waardeveranderingen - -
Eindstand 824 818
     
Cumulatieve aanschafwaarde 824 818
Cumulatieve afschrijvingen en waarde    
verminderingen - -
Boekwaarde 824 818
     
Afschrijvingspercentage N.A N.A
 
 
 

Er zijn geen zekerheden verstrekt.


Financiële vaste activa (3)
De post financiële vaste activa betreft deelnemingen, actieve belastinglatentie en uitgegeven lening. Het verloop van deze post is als volgt.

  Totaal 2019 Totaal 2018
     
Beginstand 989.902 1.032.794
Investeringen 7.054 -
Desinvesteringen -443.690 -
Resultaat boekjaar 66.484 54.960
Uitgekeerd dividend -103.239 -110.905
Overige mutaties -4.047 13.053
Eindstand 512.464 989.902
 
 
 

In de eindstand is opgenomen een actieve belastinglatentie van € 6,5 miljoen (2018: € 5,4 miljoen) en een uitgegeven lening van € 4,6 miljoen.

De desinvestering betreft de verkoop van Loyalis. Hieronder is een toelichting opgenomen:

Beëindiging verzekeringsactiviteiten 

    30-04-2019
in € miljoen    
     
Activa   3.522
Passiva   3.078
Vermogen   444
Ontvangen gelden   436
Verkoopkosten   6
Verkoopverlies   14
 
 
 

Vlottende activa

  31-12-2019 31-12-2018
Vorderingen en overlopende activa (5)    
Vorderingen op groepsmaatschappijen 97.793 148.268
Overige vorderingen en overlopende activa 65.341 79.261
Totaal 163.134 227.529
 
 
 

De vorderingen en overlopende activa hebben hoofdzakelijk betrekking op vorderingen op groepsmaatschappijen en vooruitbetaalde bedragen. Deze hebben een looptijd van minder dan één jaar.
Er zijn geen zekerheden verstrekt en er is geen rente ontvangen over de vorderingen.

  31-12-2019 31-12-2018
Liquide middelen (7)    
Banktegoeden in rekening courant 189.110 47.938
Deposito's 125.000 55.000
Totaal 314.110 102.938
 
 
 

Van de liquide middelen staat nihil (2018: nihil) niet ter vrije beschikking.

Eigen vermogen (8)

  31-12-2019 31-12-2018
     
Gestort en opgevraagd kapitaal 705.297 705.297
Agio 174 416.380
Wettelijke reserves 3.471 4.812
Overige reserves 1.673 -84.083
Onverdeeld resultaat 53.405 47.877
Totaal groepsvermogen 764.020 1.090.283
 
 
 

Het verloop van het eigen vermogen blijkt uit het volgende overzicht:

  Gestort en opgevraagd kapitaal Agio Wettelijke reserves Overige reserves Onverdeeld resultaat boekjaar
           
Beginstand 705.297 416.380 4.812 -84.083 47.877
Mutaties uit hoofde van winstbestemming - - - 47.877 -47.877
Mutatie wettelijke reserves - - -1.341 1.673 -
Uitgekeerd dividend - -380.000 - - -
Resultaat boekjaar - - - - 53.405
Overige mutaties - -36.206 - 36.206 -
Eindstand 705.297 174 3.471 1.673 53.405
 
 
 

Gestort en opgevraagd kapitaal
Het gestort en opgevraagd kapitaal betreft het bij oprichting geplaatste kapitaal, bestaande uit 650.000.000 gewone aandelen van € 1 nominaal. Voorts is in 2011 bij de verwerving van de minderheidsbelangen in APG Rechtenbeheer NV (voormalig APG Algemene Pensioen Groep NV) en Loyalis NV voor 55.297.170 aan nieuwe gewone aandelen uitgegeven met een nominale waarde van € 1 per aandeel.

Agio
Als agio is in voorgaande jaren verwerkt het bij de oprichting betaalde agio alsmede agio als gevolg van kapitaalstortingen en onttrekkingen, inbreng van een dochter tegen fair value alsmede agio vanuit de omzetting van leningen van aandeelhouders in eigen vermogen in het kader van de herkapitalisatie van APG Groep. Als resultaat van het nieuw kapitaalbeleid en de verkoop van Loyalis heeft APG in 2019 naast het dividend 2018 van € 145 miljoen een interim dividend uitgekeerd aan haar aandeelhouders van € 235 miljoen.

Wettelijke en overige reserves
In de wettelijke en overige reserves zijn rechtstreekse vermogensmutaties opgenomen die samenhangen met de verkoop van Loyalis van € 1,6 miljoen (2018: € 1,6 miljoen) en de ontwikkeling van de wettelijke reserve omrekenverschillen van € 0,3 miljoen. De reserve omrekeningsverschillen bedraagt ultimo 2019 € 3,5 miljoen (2018: € 3,2 miljoen) en is opgenomen met betrekking tot de buitenlandse deelnemingen.

Onverdeeld resultaat boekjaar
Hieronder is opgenomen het resultaat over het verslagjaar.

Agio, overige reserves en het onverdeeld resultaat boekjaar staan in beginsel ter vrije beschikking. De bepalingen van toezichthouders bij groepsmaatschappijen kunnen leiden tot een beperking in de uitkeerbaarheid van het eigen vermogen respectievelijk het eigen vermogen van APG Groep. Uit dien hoofde kan worden vereist dat het eigen vermogen van groepsmaatschappijen ten minste een bepaald niveau moet hebben. Bij de bepaling van het dividendpotentieel houdt APG Groep rekening met de bepalingen van toezichthouders.

Voorstel resultaatbestemming

Aan de algemene vergadering van aandeelhouders wordt conform het vastgestelde beleid voorgesteld een dividend ad € 83,0 miljoen uit te keren: € 53,4 miljoen van het nettoresultaat en het resterende bedrag van
€ 29,6 miljoen uit de vrij uitkeerbare reserves.

Voorzieningen (11)

  Belastinglatentie Personeels- gerelateerde voorzieningen Voorziening reorganisatie Totaal 2019 Totaal 2018
           
Beginstand - 3.965 16.011 19.976 27.124
Dotaties   489 2.740 3.229 2.938
Onttrekkingen   -1.358 -2.202 -3.560 -7.035
Vrijval   -275 -576 -851 -3.051
Eindstand - 2.821 15.973 18.794 19.976
 
 
 

Langlopende schulden (12)

  31-12-2019 31-12-2018
     
Beginstand 10.911 10.911
Verstrekkingen 2.500 -
Aflossingen - -
Totaal 13.411 10.911
 
 
 

Van de eindstand heeft een bedrag van € 2,5 miljoen betrekking op financiering door verbonden partijen (2018: nihil). Van de eindstand heeft € 13,4 miljoen een restlooptijd groter dan vijf jaar (2018: € 10,9 miljoen). Het rentepercentage is 7,25% per jaar (2018: 7,25% per jaar). Er zijn geen zekerheden gesteld. De reële waarde van de langlopende schulden aan derden bedraagt € 24,9 miljoen (2018: € 23,2 miljoen).

Kortlopende schulden en overlopende passiva (13)

  31-12-2019 31-12-2018
     
Crediteuren 2.181 4.262
Schulden aan groepsmaatschappijen 184.868 181.398
Belastingen en premies sociale verzekeringen 2.842 6.227
Vakantiegeld en –dagen 2.929 2.703
Overige schulden 1.487 5.427
Totaal 194.307 200.017
 
 
 

Ten aanzien van de schulden aan groepsmaatschappijen is er geen sprake van rente en/of zekerheden. Onder de kortlopende schulden en overlopende passiva zijn geen posten begrepen met een resterende looptijd langer dan één jaar.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa

APG Groep is in 2015 langlopende contracten aangegaan met twee contractpartijen voor de afname van zakelijke dienstverlening. Dit komt voort uit de oprichting van de Brightlands Smart Services Campus in samenwerking met de Universiteit Maastricht en de Provincie Limburg. De verplichtingen uit hoofde van deze contracten bedragen € 69,6 miljoen (2018: € 80,4 miljoen), waarvan € 10,8 miljoen verschuldigd binnen één jaar na afloop van het boekjaar (2018: € 10,8 miljoen), € 46,8 miljoen tussen één en vijf jaren (2018: € 45,6 miljoen) en € 12,0 miljoen verschuldigd na vijf jaren (2018: € 24,0 miljoen). In de contracten zijn minimumafnames overeen gekomen. Indien de werkelijk gerealiseerde afname lager is dan de voor dat moment geldende minimumafname dan heeft APG Groep de verplichting tot het betalen van 25% van het verschil. Voor het geval van voortijdige beëindiging door APG Groep zijn beëindigingsvergoedingen overeengekomen afhankelijk van het moment van beëindiging. De hieruit potentieel voortvloeiende verplichting bedraagt maximaal € 2,0 miljoen.

De verplichtingen uit hoofde van langlopende autoleasecontracten bedragen € 6,9 miljoen (2018: € 6,8 miljoen), waarvan € 2,7 miljoen verschuldigd binnen één jaar na afloop van het boekjaar (2018: € 2,9 miljoen) en € 4,2 miljoen tussen één en vijf jaren (2018: € 3,9 miljoen). Er zijn geen verplichtingen verschuldigd na vijf jaren. De leasemaatschappij heeft de leaseverplichting bepaald op basis van de afschrijvingen verhoogd met een opslag voor brandstof, verzekeringen, onderhoud en belastingen.

In 2018 is APG Groep langlopend contract aangegaan voor de afname van zakelijke dienstverlening, dit komt voort uit de verkoop van Inovita B.V. De verplichting uit hoofde van dit contract bedraagt € 2,9 miljoen (2018: € 6,5 miljoen), waarvan € 1,3 miljoen (2018: € 2,0 miljoen)verschuldigd binnen één jaar na afloop van het boekjaar en € 1,6 miljoen (2018: € 4,5 miljoen) tussen één en vijf jaren. In het contract zijn minimumafnames overeen gekomen. Indien de werkelijk gerealiseerde afname lager is dan de voor dat moment geldende minimumafname dan heeft APG Groep de verplichting tot het betalen van 30% van het verschil.

De verplichtingen uit hoofde van afgesloten derivaten ter afdekking van de financiering van de buitenlandse dochters bedragen per balansdatum € 121,3 miljoen (2018: € 101,7 miljoen). De reële waarde van deze derivaten bedraagt per balansdatum € 0,5 miljoen negatief (2018: € 0,4 miljoen positief). De verplichtingen hebben een looptijd van korter dan 1 jaar. In de contractvoorwaarden is de uitwisseling van onderpand opgenomen ter dekking van het afwikkelingsrisico. Direct hiermee samenhangende verplichtingen tussen APG Groep NV en APG Asset Management NV zijn door middel van back-to-back agreements geformaliseerd.

Transacties met verbonden partijen
Vanuit APG Groep worden kosten doorbelast aan haar dochters APG Asset Management en APG Rechtenbeheer. Op deze doorbelasting vindt geen winst plaats, aangezien deze entiteiten binnen dezelfde fiscale eenheid vallen. De totale doorbelasting vanuit APG Groep is € 55,3 miljoen

Aansprakelijkheidsstelling
Door de vennootschap zijn ten behoeve van een aantal in de consolidatie betrokken dochterondernemingen aansprakelijkheidsstellingen afgegeven zoals bedoeld in art. 2:403 BW en art. 2:408 BW. De aansprakelijkheidsstellingen hebben betrekking op APG Diensten BV te Amsterdam, APG Rechtenbeheer NV te Heerlen, APG Deelnemingen NV te Heerlen en APG Service Partners BV te Heerlen.

Aansprakelijkheid bij een fiscale eenheid
Bij APG Groep zijn fiscale eenheden van toepassing, te weten voor de vennootschaps- respectievelijk omzetbelasting. Binnen een dergelijke fiscale eenheid zijn de vennootschappen over en weer hoofdelijk aansprakelijk voor elkaars belastingschulden. Belastingen worden toegerekend op basis van het aandeel van de vennootschappen in de totale belastingen, als waren de vennootschappen zelfstandig belastingplichtig. Dit betekent dat dochtermaatschappijen ieder aan de moedermaatschappij zullen vergoeden hun aandeel in de verschuldigde belasting naar rato van de belastbare winst van iedere partij vóór toepassing van de regels voor verliesverrekening als bepaald in de Wet Vpb.

Aantal personeelsleden
Bij APG Groep NV waren in 2019 gemiddeld 346 werknemers in dienst (2018: 323), allen werkzaam in Nederland.

Bezoldiging van bestuurders
Voor een toelichting op de bezoldiging van bestuurders wordt verwezen naar de geconsolideerde jaarrekening.Lijst van kapitaalbelangen
De volgende kapitaalbelangen (100% belangen), met uitzondering van Entis Holding B.V. (76% belang), zijn in de consolidatie betrokken:

     
In de consolidatie betrokken kapitaalbelangen    
APG Rechtenbeheer NV Heerlen  
APG Service Partners BV Heerlen  
APG Asset Management NV Amsterdam  
APG Asset Management US Inc Delaware  
Fairfield Residential I, LLC Delaware  
APG Investments Asia Ltd Hong Kong  
APG Business Information Consultancy (Shanghai) Co Ltd Shanghai  
APG Diensten BV Amsterdam  
Entis Holding BV Amsterdam  
Entis BV Utrecht  
     
Niet in de consolidatie betrokken kapitaalbelangen    
Campus Heerlen Huisvesting BV Maastricht  
(kapitaalbelang 50%)    
Campus Management & Development BV Maastricht  
(kapitaalbelang 33%)    
     
 
 
 

Heerlen, 25 maart 2020

Raad van commissarissen
Pieter Jongstra, voorzitter
Dick van Well, vice-voorzitter
Roger van Boxtel
Maes van Lanschot
Edith Snoeij
Claudia Zuiderwijk

Raad van bestuur
Gerard van Olphen, voorzitter
Annette Mosman
Francine Roelofsen - van Dierendonck
Ronald Wuijster
Wim Henk Steenpoorte