Terug naar boven

Belangrijke ontwikkelingen voor de pensioenwereld

4.1

In de wereld om ons heen gebeurt veel dat direct en indirect gevolgen heeft voor de pensioenen en ook voor ons werk. APG heeft een grote inbreng dankzij de beschikbare kennis en kunde. Maar regelmatig gaat het ook om zaken buiten ons om, waar we toch goed en snel op moeten reageren.

4.1.1 Coronavirus

Eind december 2019 ontstonden de eerste besmettingen met het coronavirus, COVID-19. In het eerste kwartaal van 2020 verspreidde het virus zich wereldwijd en had een ongekende impact op de wereld. Ook de financiële markten zijn wereldwijd hard geraakt, waardoor de financiële positie van pensioenfondsen onder druk staat. In veel landen, waaronder Nederland, is de samenleving abrupt tot stilstand gekomen om verdere verspreiding van het virus in te dammen. Door deze ontwikkelingen staat ook de dienstverlening van veel bedrijven onder druk. Als beheerder van de pensioenen van miljoenen deelnemers, staat het welzijn van onze APG-medewerkers en de bedrijfscontinuïteit voorop.

Gerard van Olphen: ‘De zaken die we normaal doen onder normale omstandigheden, vatten we op als gewoon en vanzelfsprekend. De gewone dingen doen onder deze omstandigheden doet je weer beseffen dat normale zaken eigenlijk best bijzonder zijn. APG’s rol om namens de fondsen pensioenen te betalen, deelnemers en werkgevers te woord te staan, te beleggen en de grootste spaarpot van Nederland te mogen beheren, is bijzonder en van wezenlijk belang voor het ondersteunen van de structuur van de samenleving. Dit blijkt ook uit het feit dat we op de lijst van “kritieke organisaties” zijn geplaatst.’

4.1.2 Pensioenakkoord: nog veel onzeker

In 2019 viel vooral het nieuwe pensioenakkoord op. Dat was nodig omdat het oude stelsel onhoudbaar is geworden, onder meer door de vergrijzing en de historisch lage (reken)rente en daarnaast een veranderde arbeidsmarkt. Zo leiden de dalende rente en toenemende levensverwachting ertoe dat veel pensioenfondsen de indexatie-ambitie al jarenlang niet kan waarmaken. Na jarenlang onderhandelen kwamen er begin juni afspraken tussen de sociale partners in de Sociaal Economische Raad (SER). APG was officieel geen partner in het overleg, maar onze specialisten zijn er wel nauw bij betrokken geweest. De afspraken gaan voornamelijk over de AOW-leeftijd en in grote lijnen ook over de pensioenregelingen. Die krijgen pas concreet vorm na verdere onderhandelingen tussen de sociale partners.

We houden nu collectieve pensioenregelingen met verplichte deelname. In de nieuwe pensioenregelingen worden geen toezeggingen meer gedaan, waardoor het denkbaar is dat er ruimte komt om verwacht rendement mee te rekenen. Deelnemers krijgen dan eerder vooruitzicht op een verhoging van de pensioenen. Als het slecht gaat, gaan de pensioenen echter ook eerder omlaag. De pensioenen gaan meer meebewegen met de economische schommelingen. Als deelnemers meer zekerheid wensen over de hoogte van hun pensioen, kunnen deelnemers zelf iets extra's regelen. APG ondersteunt hen hier graag bij. Dit doen wij door onze kennis in te zetten zodat pensioenfondsen en werkgevers hun deelnemers en medewerkers zo goed mogelijk kunnen voorlichten met maatwerk en hulp bij persoonlijke keuzes. 

De erg lage rente heeft de financiële positie van pensioenfondsen sterk onder druk gezet. De lage rente maakt dat pensioen duurder wordt. Omdat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een regeling getroffen om pensioenverlagingen in 2020 zoveel mogelijk te voorkomen. Vanaf september is de rente weer wat gestegen, waardoor de meeste pensioenfondsen uiteindelijk geen gebruik hoeven te maken van deze regeling.

4.1.3 Minder deelnemers aan pensioenen

Steeds minder Nederlanders bouwen een pensioen op. In 2011 had 82,7% van de beroepsbevolking nog een vorm van pensioen; in 2018 was dat gedaald naar 78,8%, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Dit cijfer gaat naar verwachting nog verder teruglopen. Een van de oorzaken daarvan is dat steeds meer mensen lossere arbeidscontracten hebben of zzp'er zijn. 34,7% van de beroepsbevolking loopt het risico om te weinig pensioen op te bouwen. We voorzien dat ook zzp'ers in de toekomst mee kunnen doen met pensioenregelingen. Hun aantal zal per sector verschillen: in de bouw werken bijvoorbeeld veel meer zzp'ers dan bij de overheid.

4.1.4 Vertrouwen in pensioenfondsen brokkelt af

APG levert voor acht pensioenfondsen diensten aan de deelnemers. Hoewel de minister heeft aangekondigd verlagingen van de meeste pensioenen voorlopig te schrappen, blijft dit toch nog boven de markt hangen. Het is moeilijk uit te leggen: gepensioneerden zien dat hun pensioen niet groeit, terwijl het economisch zo goed gaat en het vermogen van de pensioenfondsen toeneemt. De onzekerheid over het toekomstige pensioenstelsel is ook een factor in dat vertrouwen. APG maakt zich hier zorgen over. We proberen met onze kennis en slagkracht de sector te helpen om het vertrouwen te herstellen.

4.1.5 Concentratie pensioenen bij grote pensioenfondsen en uitvoerders

Het aantal pensioenfondsen in Nederland daalt nog steeds sterk. In 1997 waren er 1.060 pensioenfondsen; volgens de laatste telling zijn er minder dan 200 over. Daardoor beheren de vijf grote pensioen­uitvoerders (naast APG zijn dat ook PGGM, TKP, MN en AZL) nu zo'n 84% van alle pensioenen. De verwachting is dat deze concentratie doorzet. Dit heeft voordelen: zo kunnen bijvoorbeeld de kosten beter worden beheerst. Regelingen moeten worden vereenvoudigd en gestroomlijnd, terwijl onderscheidende en noodzakelijke elementen voor bepaalde groepen of sectoren behouden blijven.

De hierboven genoemde concentratie van de pensioenuitvoering biedt ook nieuwe kansen om de toezichtkosten te verlagen met direct toezicht op pensioenuitvoerders. APG is voorstander van dit directe toezicht en doet volop mee aan de pilot met DNB.

4.1.6 Economische ontwikkelingen

Pensioenfondsen beleggen de aan hen toevertrouwde gelden in aandelen, in schuldpapier, in grondstoffen en andere vermogenstitels. En dat over de hele wereld. Ook een gespreide portefeuille is niet volledig vrij van risico, maar is een voorwaarde voor een gunstige verhouding tussen verwacht rendement en gelopen risico. Uiteindelijk is de waarde­ontwikkeling van beleggingen afhankelijk van economische grootheden. De belangrijkste daarvan zijn economische groei (en eventuele schokken daarin), rente en inflatie. In 2019 zwakte de economische groei licht af.

Onzekerheid over handel

China, een belangrijke importeur en handelspartner voor de rest van de wereld, moet het hoge groeitempo van de laatste jaren loslaten. Dit heeft effect op de exporten vanuit onder meer de eurozone en de grondstof-exporterende landen. De andere grote importeur op de wereldmarkt, de Verenigde Staten, probeert andere markten - in het bijzonder China - verder te openen voor Amerikaanse producten, onder dreiging van het opwerpen van handelsbarrières. Bedrijven zijn door deze onzekerheid terughoudend met investeren. In Europa gebeurt dit op kleinere schaal nu de EU en het Verenigd Koninkrijk bezig zijn een nieuwe relatie met elkaar te vinden. De onzekerheid uit zich niet alleen in een lagere economische groei, maar ook in minder ondernemersvertrouwen.

 
Fors lagere rente

De centrale banken in de VS en in de eurozone zien het bereiken van hun inflatiedoelstelling in gevaar komen: als de economie afzwakt en er geen verbetering in zicht is, is de kans op hogere inflatie een stuk kleiner. Begin 2019 kondigden de centrale banken al aan het tempo waarin het monetaire beleid wordt genormaliseerd te verlagen. Financiële markten herstelden hierdoor van de forse klappen die ze in de laatste maanden van 2018 te verduren kregen. In de zomer, toen de terugval in de economische groei merkbaar werd, gingen centrale banken zelfs over tot verdere verruiming van het monetaire beleid. Dit leidde tot fors lagere rentes, niet alleen op de korte looptijden, maar ook op de zeer lange. Aandelenmarkten reageerden eerst negatief op de lagere groeicijfers, maar stegen later doordat men niet langer meer vreesde voor sterke economische neergang, en doordat het alternatief voor aandelen – obligaties – slechts zeer lage en zelfs negatieve rente opleverde. Het lage niveau van de rentes in ontwikkelde markten is reden voor centrale bankiers om te zeggen dat hun vermogen om de economie te stimuleren niet onbeperkt is. Ze wijzen op de mogelijkheid dat overheden fiscaal gaan stimuleren.

4.1.7 Duurzaam en verantwoord beleid wint aan belang

Grote thema’s als terugdringen van armoede en honger, veilige arbeidsomstandigheden, eerlijke beloning, gelijke kansen voor iedereen en toegang tot onderwijs winnen aan belang. De Sustainable Development Goals (SDGs) van de Verenigde Naties hebben hier duidelijk aan bijgedragen. Klimaatverandering is bovendien een serieuze bedreiging. Overheden en steeds meer bedrijven maken er beleid op en passen hun gedrag aan. In Nederland zagen we al een concreet resultaat met het Klimaatakkoord dat aan diverse 'tafels' is uitonderhandeld. Onze bestuursvoorzitter Gerard van Olphen was aan de sectortafel Industrie gevraagd als voorzitter van de groep Financiering. De financiële sector heeft de verantwoordelijkheid en de slagkracht om, waar het kan, te investeren in zaken die bijdragen aan een duurzamere wereld. De hele financiële sector heeft dit standpunt onderschreven. De overheid, bedrijven, banken en pensioenfondsen gaan nu meer samenwerken om dit te bereiken.