Terug naar boven

Wat we hebben bereikt voor onze klanten

 

6.1 Deelnemers- en werkgeverscommunicatie


APG wil een zo goed mogelijke dienstverlening leveren aan de pensioenfondsen en hun werkgevers en deelnemers. Met diensten en een beleving die passen bij deze tijd. Om die te kunnen bieden, zijn we in 2019 verder gegaan met het omvormen van onze organisatie. De tevredenheid groeit, zowel onder de deelnemers als bij de pensioenfondsen. 

Bepalende rol voor werkgevers

Bij veranderingen in de pensioenmarkt, met meer individualisering en minder verplichtingen, zullen werkgevers een bepalende rol hebben (meer dan deelnemers) als het gaat om keuzes voor een pensioenregeling. Daarom is het van belang dat we nog meer investeren in de dienstverlening aan de werkgevers. Zij moeten ervaren dat ze optimale service van ons krijgen, zowel als het gaat om (administratieve) verplichtingen als om hun rol en taken ten opzichte van hun werknemers. De werkgevers zijn bovendien belangrijk als communicatiekanaal voor het fonds: zij staan dicht bij de deelnemers. We hebben in 2019 de dienstverlening aan de werkgevers verbeterd door meer als keten samen te werken.

Voorlichting aan deelnemers

We merken dat deelnemers behoefte hebben aan inzicht en overzicht als het gaat om hun pensioen. Dat geven we hen zo goed mogelijk. In onze voorlichting aan deelnemers gaan we uit van wat we de 'klantreis' noemen, onder bijvoorbeeld de noemer 'Met pensioen gaan'. Vóór de pensioenleeftijd gebeurt er veel in iemands leven (zoals trouwen, scheiden, kinderen krijgen, van baan wisselen), momenten die ertoe doen. Wij verdiepen ons in de daadwerkelijke klantbehoeften, denken met de deelnemers mee en leggen hen uit wat deze veranderingen betekenen. In 2019 hebben we onze organisatie en werkwijze daar nog meer op aangepast.

Klantbediening centraal

Om goed aan te sluiten op de behoefte van de deelnemers en werkgevers, merkten we dat we hen in de organisatie-inrichting een belangrijkere rol en leidende rol moesten geven. Daarom hebben we de teams die zich rechtstreeks richten op de dienstverlening aan deelnemers, werkgevers en sectoren én de innovatie-activiteiten samengebracht bij DWS. Daardoor hebben we flinke stappen gemaakt, zowel in de online als de offline dienstverlening. Ons Klant Contact Center (KCC) is hiervan een goed voorbeeld. Hier staan onze medewerkers in direct contact met de deelnemers, via de mail, telefoon, chat of sociale media. Afgelopen jaar hebben we via deze kanalen ruim 605.000 contactmomenten gehad. Ook zijn we begonnen met een experiment waarin we nadrukkelijker de emoties van deelnemers meten. Zo kunnen we beter nagaan wat er speelt en onze dienstverlening inhoudelijk excellent en met empathie brengen. We zoeken meer naar een balans tussen de kwaliteit en de duur van een gesprek. En we werken vanuit de ‘klantreis’, dus vanuit wat deelnemers ervaren en waar de daadwerkelijke behoeften liggen.

In 2019 hebben we voor ABP het Deelnemerskompas in gebruik genomen. Met behulp van dit kompas, dat we in 2018 samen met ABP hebben getest en ontwikkeld, kunnen we beter bepalen hoe de deelnemers de dienstverlening ervaren. Vier elementen zijn van belang: welk vertrouwen de deelnemers hebben in het fonds, of ze zich begrepen voelen, hoe ze zijn geholpen en hoe gemakkelijk ze zaken kunnen regelen. ABP wil zo een excellente beleving voor deelnemers bereiken.

Sinds oktober beantwoordt het KCC ook alle telefoontjes en mails voor opdrachtgever SPW en haar deelnemers. Dat gebeurde daarvoor bij de afdeling Pensioenuitvoering. De achtergrond van deze verhuizing is dat door het centreren van dit eerste contact de deelnemers efficiënter en beter geholpen kunnen worden. Complexere vraagstukken worden in samenwerking met de collega's van Pensioenuitvoering afgehandeld.

6.1.1

Pensioenbeloften

Een beleidsdekkingsgraad van ruim 110 procent en het aantal klachten van deelnemers dat op een hand te tellen is. Het pensioenfonds voor de woningcorporaties (SPW) heeft de afgelopen jaren weinig reden tot klagen gehad, bleek ook uit het jaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek. Toch kwam het fonds samen met APG tot de conclusie dat er iets miste. In hoeverre voelt die deelnemer zich echt betrokken bij SPW? Voelt de deelnemer verbinding? Hiervoor is het belangrijk dat mensen weten wat ze van SPW kunnen verwachten. Daarom zijn beide partijen samen met deelnemers een zoektocht gestart naar een manier om meer verbinding te realiseren. Dat heeft geresulteerd in zes beloften:

1. Gegarandeerd inkomen zolang je leeft, voor jou en je partner.
2. Jouw inleg in goede handen, met bewezen rendement.
3. Ruimte om zelf te kiezen, wat je wil met jouw pensioen.
4. Persoonlijke pensioencheck, in te zetten wanneer je wil.
5. Volledig overzicht en inzicht, in jouw inkomen voor later.
6. Pensioenregeling van ons samen, op maat gemaakt voor woningcorporaties. 

Cijfermatig presteert SPW goed. Waarom hadden jullie het idee dat er iets miste? Jim Schuyt, voorzitter van de werkgevers bij SPW, kan zich de vraag goed voorstellen. “Op het eerste gezicht is het inderdaad niet noodzakelijk om die verbinding te zoeken, ook omdat het fonds goed presteert. Door de verplichtstelling kunnen deelnemers niet overstappen naar een ander fonds.” Dat zou een reden kunnen zijn om als fonds rustig achterover te leunen. Jim: “Maar voor ons is dat juist een reden om een extra inspanning te leveren om deelnemers en werkgevers aan ons te binden; het schept een verantwoordelijkheid. Ook zonder verplichtstelling zouden deelnemers voor ons moeten kiezen; dat is onze insteek. Met de pensioenbeloften maken we daarom het thema pensioen en de dienstverlening van SPW tastbaar, en laten we zien waar het fonds voor staat.”

‘Er blijft straks niets voor mij over’; ‘er is niks te kiezen’. Er zijn bij deelnemers nog veel zorgen rondom pensioen, constateert Birte van Ouwerkerk, marketingcommunicatie strateeg bij APG. “Je kunt ze uitleggen dat die zorgen grotendeels ongegrond zijn. Je kunt het echter ook krachtiger zeggen door te beloven dat de inleg van deelnemers in goede handen is, door te beloven dat er wel degelijk ruimte is om te kiezen en door te beloven dat wij er alles voor doen om een volledig overzicht en inzicht te geven.”

Onderzoek heeft aangetoond dat de deelnemers van SPW niet goed weten wat ze van hun pensioenfonds kunnen verwachten. Birte: “Met deze beloften hebben we voor de deelnemer en voor de medewerkers van SPW en APG een hoge lat neergelegd.” In een tijd dat beloften op het gebied van pensioen juist minder hard worden, is dit een gewaagde stap, beseft ook Jim. “We steken hiermee echt onze nek uit. Het zou me niet verbazen als het aantal klachten van deelnemers en werkgevers de komende tijd gaat stijgen, maar dat zijn dan hopelijk wel deelnemers en werkgevers die zich verbonden voelen met SPW en weten waar we voor staan.”

De beloften van SPW hebben een impact op het fonds, maar ook op de dienstverlening van APG. Birte: “25 van onze mensen zijn bij het tot stand komen van de beloften betrokken geweest. Van medewerkers van het Klant Contact Center (KCC) tot de afdelingen Werkgeversbediening en Pensioenuitvoering. Ook voor APG zijn deze beloften heel waardevol. De beloften geven medewerkers van APG namelijk meer duidelijkheid over wat er van hen verwacht wordt en het brengt focus aan in de dienstverlening.”

6.1.2

Pensioenfondsen en APG vallen in de prijzen

De innovatieve prestaties van APG zijn ook in de buitenwereld opgevallen. De Persoonlijke Pensioenpot van ABP kreeg in juni tijdens het Pensioen Pro-congres 2019 de Pensioen Pro Award communicatieprijs. Deze prijs ging ook naar www.loopevenmee.nl, het interactieve, publieksvriendelijke jaarverslag dat APG begin 2019 online zette. De grote publieksprijs, de Gouden Pensioen Pro Award, ging naar PWRI, het Pensioenfonds voor Werk en (re)Integratie. Het pensioenfonds mag zich het Beste Nederlandse Pensioenfonds 2019 noemen.

6.1.3


Ook besteden we nadrukkelijk aandacht aan wat de deelnemers zelf kunnen doen, vooral online. In 2018 hebben we het digitale Helder Overzicht & Inzicht geïntroduceerd, samen met SPW. Dit is een platform waarin mensen overzicht en inzicht krijgen in hun pensioensituatie en in wat ze zelf kunnen doen. Dit hebben we in 2019 verder verbeterd, geïntroduceerd bij meerdere pensioenfondsen en daarmee uitgebreid naar ruim 1,8 miljoen deelnemers (2018: 56.000). We zijn bezig de AOW te verwerken in ditzelfde overzicht.

Ook het aantal deelnemers dat inzicht heeft in de Persoonlijke Pensioenpot, een initiatief van ABP en APG, kent een groei van 850.000 in 2018 naar 975.000 in 2019.
Om dit allemaal goed te laten verlopen, investeren we continue in de kwaliteit van onze data, systemen en processen.

6.1.4 Waardering groeit

We meten doorlopend hoe deelnemers denken over onze dienstverlening. Onze inspanningen leveren resultaat op, want de waardering voor het werk dat wij namens de pensioenfondsen doen is in 2019 gegroeid. Dit zien we bijvoorbeeld aan de 'transactionele' Net Promoter Score (NPS), het cijfer dat aangeeft in hoeverre de deelnemer tevreden is over het contact en onze diensten zou aanbevelen bij anderen.


Deze NPS is gestegen van 1 in 2018 naar 10 in 2019. Deze score is een gemiddelde score van de metingen van de belangrijkste communicatiekanalen over meerdere klanten. Interne sturing vindt plaats op de afzonderlijke scores. De pensioenfondsen van APG doen het ook goed op de zogeheten Customer Effort Score (CES). Hiervoor beantwoorden deelnemers de vraag: hoeveel moeite heeft u moeten doen om uw probleem op te lossen? We zien dat met name de waardering voor het gebruiksgemak is gegroeid.

6.1.4.1 Sectormanagement

De vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers bepalen de inhoud van de cao in hun sector en gezamenlijk de inhoud van de pensioenregeling. APG Sectormanagement richt zich op specifieke pensioenkwesties in de sectoren. In overleg met de pensioenfondsen wordt bepaald hoe we de sociale partners in de verschillende sectoren het beste van dienst kunnen zijn. De doelstelling is om pensioen een aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde te laten zijn.  

6.1.4.2 Succes innovatieve diensten

Ons onafhankelijke online platform Kandoor heeft ook in 2019 een flinke groei doorgemaakt. Op Kandoor.nl, waarmee we in 2016 zijn begonnen, kan iedereen vragen stellen over zijn financiën. De meeste vragen gaan over belastingen en aangiften. Het pensioen en de AOW komen op de tweede plaats. In principe komt het antwoord van een chatbot, maar als die geen oplossing kan bieden, geeft een deskundige kosteloos informatie. Het aantal belangstellenden is het afgelopen jaar sterk gegroeid. Kwamen er in heel 2018 nog 85.000 vragen binnen, in 2019 waren dat er ruim 635.000. Mede hierom hebben we de site vernieuwd en verbeterd. We willen Kandoor verder ontwikkelen: het is een goed voorbeeld van hoe we op laagdrempelige wijze relevante vragen van deelnemers kunnen beantwoorden.

Het succes van Kandoor en ook van de Persoonlijke Pensioenpot en Helder Overzicht & Inzicht stimuleert ons om meer diensten te ontwikkelen. In 2019 hebben we voor onszelf een duidelijk doel voor de toekomst gesteld: per jaar gaan we 20 experimenten uitwerken, kleine en grote, binnen onze innovatie-afdeling de GroeiFabriek. Minimaal vijf daarvan gaan we introduceren, ofwel in de APG-organisatie, ofwel online voor de deelnemers. We kiezen voor experimenten die op korte termijn, binnen twee tot drie jaar, zichtbaar resultaat opleveren. Voorwaarde is dat de projecten passen binnen de belangrijkste thema's van onze strategie.

De GroeiFabriek heeft in 2019 internationaal aanzien geoogst. Onze 'innovatiekraamkamer' won bij de jaarlijkse IPE Awards de gouden award in de categorie ‘Pension Fund Achievement of the Year’, de pensioenprestatie van het jaar. IPE (Investments & Pensions Europe) kende de prijs toe op 3 december in Kopenhagen.

6.2 Administreren, adviseren en automatiseren


Ook in 2019 hebben we eraan gewerkt om de 'prijs per deelnemer' omlaag te krijgen: hoe minder we uitgeven aan de organisatie, hoe meer geld er per deelnemer overblijft dat werkelijk in het pensioen kan worden gestopt. Verschillen per fondsen zijn onontkoombaar. Die hangen onder meer samen met welke diensten de pensioenfondsen van ons afnemen. We streven ernaar om al onze klanten topkwaliteit te leveren.


We zitten op koers. In 2019 is, net als in voorgaande jaren, de gemiddelde prijs per deelnemer opnieuw gedaald, tot € 67,30. De daling in 2019 bedroeg 3,0%, ondanks forse algemene kostenstijgingen (zoals personeelskosten, indexaties en licentiekosten).

Belangrijk is en blijft dat we onze organisatie zo 'slank' en ook zo flexibel mogelijk maken. We willen een organisatie zijn met bekwame mensen die soepel en snel op elkaar kunnen reageren en zo de beste diensten kunnen bieden aan de pensioen­fondsen, hun werkgevers en de deelnemers. In 2019 hebben we daarvoor een aantal afdelingen gereorganiseerd of bij elkaar gevoegd. Grofweg komt het erop neer dat bepaalde processen nu onder verantwoordelijkheid vallen van een team van mensen die beschikken over verschillende capaciteiten en vakkennis. Als er bijvoorbeeld een storing is in een systeem, los je dat met het team direct op en zit er op een andere afdeling niemand te wachten. We hebben hierdoor minder mensen nodig. De meeste medewerkers die niet meer pasten, waren tijdelijk ingehuurde mensen. Het betekent wel dat we een deel van de vaste medewerkers moesten om- of bijscholen. Daar gaan we in 2020 mee door.

Efficiënt werken blijft altijd onze aandacht houden, zeker omdat verdere kostenverlagingen steeds moeilijker te realiseren zijn. We kijken inmiddels ook naar mogelijkheden om bepaalde zaken samen te doen met andere organisaties in de pensioenwereld. De vijf grootste fondsen hebben aan de pensioenuitvoerders, waar­onder APG, gevraagd te onderzoeken of verdere samen­werking mogelijk is. Voorwaarde van de pensioenfondsen is dat ze hun eigen karakter kunnen behouden.

6.2.1 Meer inspelen op behoeften fondsen

Voor de advisering werken we sinds oktober 2018 met speciale teams ('clusters') die zich volledig richten op een of meer fondsen. Elk fonds verdient een specifieke benadering. Met de clusters kunnen we beter inspelen op speciale wensen en behoeften. Alle kennis en kunde verzamelen we in deze groepen. Daarin werken bijvoorbeeld onze actuarissen (de rekenmeesters), juristen en medewerkers met veel consumentenkennis samen. Zo krijgen ze een volledig beeld van wat er speelt bij deze specifieke fondsen en kunnen ze de fondsen een gedegen advies geven.

2019 was het eerste volle jaar met deze werkwijze. De resultaten zijn zeer positief. De tevredenheid van de pensioenfondsen drukken we niet uit in een cijfer, maar peilen we aan de hand van gesprekken en verslagen. Minimaal één keer per jaar praten we met hen over de samenwerking en over de kwaliteit van onze diensten.

6.2.2 Jaarlijkse pensioenoverzichten

Een cruciale activiteit binnen onze dienstverlening is de verzending van de 'uniforme pensioenoverzichten'. Dit zijn de jaarlijkse overzichten waarop deelnemers kunnen zien hoe het er op dat moment voorstaat met hun pensioen. Voor APG is dat altijd een mega-operatie, want het gaat om 4,5 miljoen overzichten. Dit moet uiteraard op tijd en correct gebeuren, maar daar blijft het niet bij. We zien hier nog verbeterpunten. Veel deelnemers hebben bijvoorbeeld meerdere pensioenen, omdat ze een aantal keer van baan zijn gewisseld. We werken ernaartoe om die verschillende overzichten te bundelen en in één keer te sturen.

6.2.3 Automatisering zet door

In 2019 hebben we grote stappen gezet in de vereenvoudiging van de pensioenadministratie, vooral bij bpfBOUW. Daar hebben we de eisen aan de data aangescherpt en hebben we honderdduizenden deelnemers volgens die nieuwe normen opgenomen in de administratie. Hierdoor kunnen handmatige berekeningen gereduceerd worden. De komende twee jaar gaan we deze klus ook klaren bij onze grootste klant, ABP. Dit zijn ingrijpende processen, omdat het gaat om veel deelnemers en veel verschillende pensioenbepalingen.

De automatisering helpt ons de kosten omlaag te brengen en de kans op fouten te verminderen. Veel van het werk dat we doen is voor alle fondsen ongeveer hetzelfde, dus daarom proberen we onze werkwijze te stroomlijnen. Andere taken zijn juist specifiek. We houden er rekening mee dat elk fonds duidelijk zijn eigen karakter blijft behouden. Dat moet zichtbaar blijven in de communicatie met de deelnemers.

Daarnaast zijn we in 2019 in de bouwsector bij wijze van test meerdere datastromen gaan gebruiken: de gegevens van deelnemers over wisseling van werkgever leggen we naast de gegevens van de UWV en de Belastingdienst en beoordelen of de informatie compleet is. Zo kunnen we sneller handelen en bijsturen.

6.2.3.1

Pensioen voor zzp'ers in de bouw 

Samen met zzp-organisaties en bpfBOUW verkennen we een pensioenoplossing voor zzp'ers in de bouwsector. Het idee is dat het gemakkelijker moet worden voor zzp'ers om voor hun pensioen te sparen, maar het blijft vrijwillig. Pensioensparen wordt de nieuwe standaard, maar als zzp'ers dit niet willen, kunnen ze eruit stappen (opt-out). Uit internationale ervaringen blijkt dat mensen die eenmaal in een pensioenregeling zitten, daar ook in blijven. Zodra wetgeving is aangepast, kan voorlopig tijdelijk, met pensioenoplossingen voor zzp'ers worden geëxperimenteerd. Mogelijk gaat ook nog een ander pensioenfonds waarvoor APG de uitvoering doet meedoen aan dit experiment. Wij kijken samen met dat pensioenfonds naar de mogelijkheden om ZZP'ers binnen die sector pensioen te laten opbouwen.

 

6.2.3.2 Nieuwe pensioenregeling militairen

In juli kwam er een eind aan een langlopend dossier: de vakbonden en het ministerie van Defensie bereikten een arbeidsvoorwaardenakkoord en daarmee ook een nieuwe pensioenregeling. Bijna alle pensioendeelnemers hebben tegenwoordig een middelloonregeling, wat inhoudt dat het pensioen wordt gebaseerd op het gemiddelde inkomen tijdens de loopbaan. De ongeveer 40.000 militairen waren nog een uitzondering, wat ABP en APG in een lastig parket bracht. Maar nu stappen ook de militairen over naar de middelloonregeling. Belangrijk voor APG is dat de regeling aanzienlijk minder complex is en dus makkelijker uitvoerbaar en uitlegbaar, nu en in de toekomst.

 

6.2.3.3 Sterkere focus op kerntaken

In 2019 hebben we een aantal van onze diensten in goed overleg overgedragen aan andere organisaties, omdat ze daar beter passen. De meest in het oog springende wijziging is de verkoop van verzekeringsbedrijf Loyalis aan a.s.r.. Ruim 200 medewerkers zijn 'verhuisd' naar de verzekeraar. De achterliggende gedachte is dat APG zich primair toelegt op pensioenen en dat Loyalis zich bij a.s.r. beter kan ontwikkelen als verzekeringsbedrijf. 

In april hebben we de verhuizing van onze ICT-diensten voor UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) afgerond. 45 APG'ers zijn daar in dienst getreden. Verder heeft de minister van Defensie besloten om de 'zorgcoördinatie' voor veteranen helemaal bij het ministerie zelf onder te brengen en de uitvoering samen te voegen in één organisatie. Tot dusver verzorgde APG bij het zogeheten Veteranenloket de uitkeringen, pensioenen en andere voorzieningen voor ex-militairen. Dit proces gaat nu, samen met 21 APG’ers, over naar Defensie.

6.2.3.4

Inzicht en actie door data-analyse

Door verbeterde data-analyse zijn wij beter in staat onze administratie door te lichten en te checken op onjuistheden. Pensioenfondsen zijn voor hun administratie afhankelijk van data van diverse leveranciers, zoals werkgevers, UWV en de Sociale Verzekeringsbank. Door de veelheid van verschillende dataleveringen kunnen in de loop van jaren fouten ontstaan. Ook komt het voor dat er menselijke fouten worden gemaakt. Hoewel we deze onjuistheden door data-analyse nu beter kunnen opsporen, is het voor de deelnemer vervelend als er fouten worden gemaakt. Als fouten gesignaleerd worden, kijken we meteen of de fout ook voor andere mensen gevolgen heeft.
Zo bleek begin 2019 dat ruim 500 deelnemers van ABP in de periode 2013-2019 een partnertoeslag hadden gekregen, terwijl ze daar geen recht op hadden. In veel gevallen waren de bedragen opgelopen tot duizenden euro’s aan te veel uitbetaalde uitkeringen, dus voor de betreffende deelnemers was dat een schok. Nadat het geld werd teruggevorderd, kwam er veel protest, onder meer via de MAX Ombudsman. In juli heeft ABP besloten de terugvordering stop te zetten, omdat ABP van mening was dat het terugvorderingsbeleid niet redelijk was voor de deelnemers. De bedragen die deelnemers al hadden betaald, zijn door ABP teruggestort. Overigens was ook het omgekeerde het geval: ruim 600 deelnemers hadden juist te weinig ontvangen. Aan hen is met terugwerkende kracht de partnertoeslag uitbetaald. Inmiddels is naar aanleiding van de ervaringen in dit dossier de terugbetalingsregeling aangepast naar een maximale terugvorderingsperiode van negen maanden.

Sneller waarschuwen
We hebben hiervan geleerd. Zo hebben we door data-analyse voor ABP een ander punt recht kunnen zetten. Het fonds kwam erachter dat ongeveer 16.000 deelnemers geen arbeidsongeschiktheidspensioen (AOP) hadden aangevraagd, omdat zij niet wisten dat zij er recht op hadden. Dit werd ontdekt nadat de ABP-gegevens werden vergeleken met de gegevens van uitkeringsinstantie UWV. We willen dat deelnemers krijgen wat hen toekomt, ook als ze dat zelf niet weten. Daarom hebben we contact gezocht met de betrokken ABP-deelnemers. Dat was een enorme operatie. We helpen de deelnemers om dit pensioen alsnog aan te vragen. Ook hebben we de procedure versimpeld en brengen de regeling voortaan proactief onder de aandacht. De meeste deelnemers komen in aanmerking voor een premievrije opbouw. Daarnaast heeft een deel van deze deelnemers ook recht op een AOP-uitkering - gemiddeld gaat het om zo'n 200 euro bruto per maand per deelnemer.

6.2.3.4.1

6.3 Beleggen

We streven altijd naar maximale pensioenwaarde. Dat bereiken we door onze kosten zo laag mogelijk te houden en met beleggingen te mikken op een zo hoog mogelijk rendement.

De premies die deelnemers van onze pensioenfondsen en werkgevers elke maand inleggen, beleggen we in verschillende categorieën, zoals vastgoed, aandelen en obligaties. Het uitgangspunt is dat we beleggen op een manier die duurzaam en verantwoord is. En samen met ABP en onze andere klanten zetten we ons in om deze aspecten van het beleggingsbeleid verder te optimaliseren.Daarbij nemen we alleen aanvaardbare risico's. We investeren in onze organisatie, kennis en systemen om onze manier van beleggen verder te verfijnen en uit te breiden.

 

We zijn er trots op dat we wereldwijd bekendstaan als toonaangevend belegger.

6.3.1 Beheerd vermogen stijgt

Het rendement op de beleggingen is positief en kwam in 2019 uit op 17,0% (2018: -1,9%).


Aan het eind van het boekjaar beheerde APG een vermogen van ruim 538 miljard euro (eind 2018 was dit 459 miljard euro). Duurzaam beleggen vinden we al jaren belangrijk. En we meten nu ook welk deel van onze beleggingen bijdragen aan de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (SDGs). De doelstelling om voor 2020 met minimaal 58 miljard euro aan beleggingen bij te dragen aan deze doelen is in 2019 al ruimschoots behaald. Per jaareinde beleggen we ruim 72 miljard euro in deze zogenaamde Sustainable Development Investments.

 

6.3.1.1

    NAV (mln EUR) 2019 2019 5 jaar 5 jaar
      Rendement (%) Extra rendement (bps) Rendement (%) Extra rendement (bps)
Vastrentende waarden            
APG Fixed Income Credits   69.860 9,7 74 4,4 69
APG Euro plus treasuries   9.304 5,7 -1 2,0 -5
APG Index Linked Bond   10.843 5,8 6 2,0 4
APG Long Duration Treasury   2.309 11,7 2 4,9 0
APG Emerging Market Debt   17.895 15,2 -92 6,0 0
             
Aandelen            
APG Developed Markets Equity   128.817 28,8 -157 10,7 -8
APG Emerging Markets Equity   45.302 25,4 367 8,4 108
APG Equity Minimum Volatility   16.663 23,0 -277 10,2 -2
             
Alternatieve beleggingen            
Strategic Real Estate **   35.327 16,2 787 9,8 130
Hedge Funds * ***   20.257 5,3 292 4,0 277
APG Commodities *   19.343 16,7 -35 -2,9 119
APG Tactical Real Estate   11.327 28,8 169 9,7 71
             
             
 
* Deze twee beleggingscategorieën betreffen 100 procent Amerikaanse Dollar investeringen. De rendementscijfers zijn daarom gebaseerd op het rendement in Amerikaanse Dollars in plaats van Euro's.
** In voorgaande jaren was de benchmark voor Strategic Real Estate met een vertraging van meer dan 6 maanden beschikbaar waardoor extra rendementen over het laatste kalender jaar met vertraging gerapporteerd werden. Vanaf 2019 gebruiken we een betrouwbare benadering van de benchmark waardoor de tabel nu de benaderde extra rendementen over 2019 laat zien.
*** De benchmark van Hedge Funds in de bovenstaande tabel is in 2019 aangepast naar JP Morgan 1 maand cash (zonder opslag) om beter inzicht in het effect van actief management te geven. Deze aanpassing is met terugwerkende kracht opgenomen in bovenstaande tabel.

6.3.1.2

De stijging van het vermogen dat we beheren is vooral toe te schrijven aan de koersstijgingen op de financiële markten. Vrijwel alle beleggingscategorieën namen in waarde toe. Bovendien kwam er door de rentedaling in het afgelopen jaar geld vrij vanuit de gestelde zekerheden op de rentederivaten; herbelegging hiervan leidde eveneens tot een toename van het beheerd vermogen. De hoogste rendementen werden behaald op aandelen. Deze herstelden aan het begin van het jaar van de koersdalingen aan het eind van 2018, en hervatten vanaf het derde kwartaal hun opmars. De sterke prestatie van aandelen ligt niet aan verbetering van de winstgevendheid van bedrijven (die verslechterde zelfs). Beleggers betalen een hogere prijs voor aandelen: de rente is laag en het vooruitzicht van ondersteuning door centrale bankiers en andere beleidsmakers beperkt de kans op grote rampen. Vastrentende waarden stegen in waarde onder invloed van de dalende rente en het teruglopend kredietrisico. Daar staat tegenover dat de rentedaling de gedisconteerde waarde van de pensioenverplichtingen aanmerkelijk heeft doen stijgen, nog meer dan de beleggingen. Met een daling van de dekkingsgraden van de pensioenfondsen als gevolg.

Onze prestaties als belegger kunnen het best worden beoordeeld over een langere periode. In de tabel staan de geannualiseerde rendementen van APG-fondsen na aftrek van kosten voor extern beheer en performance-fees.

6.3.1.3 Extra rendement valt tegen


Gemeten in euro’s is er veel rendement gerealiseerd: bijna 80 miljard. Toch moeten we een kanttekening plaatsen. Als actieve belegger willen we voor onze klanten op de langere termijn extra rendement halen, dat wil zeggen rendement boven het marktgemiddelde. Ook dat draagt bij aan een hogere pensioenwaarde. Ons doel is dat we beter presteren dan de rest van de markt. Over de afgelopen vijf jaar is gemiddeld jaarlijks een extra rendement geboekt van 56 basispunten. Wat dat betreft was 2019 een atypisch en tegenvallend jaar, want voor het eerst in ongeveer tien jaar hebben we de markt niet weten te verslaan. Het rendement op de beleggingsportefeuilles bleef minus 151 basispunten (1,51%) achter bij het marktgemiddelde.

We putten uit vier bronnen die ons normaal gesproken het extra rendement opleveren. Over het afgelopen jaar heeft Smart Beta de grootste impact gehad op het negatieve extra rendement. Daarnaast viel het extra rendement ook tegen in asset-allocatie en in liquide beleggingen.

 

Smart Beta strategieën passen wij voor één van onze klanten toe, met als doel om bepaalde aanpassingen te maken in de betreffende beleggingscategorie die een beter rendement geven op de lange termijn. Het rendementsverschil wordt gemeten door een vergelijking tussen de smart benchmark en de common benchmark, dat is de benchmark die het rendement van de beleggingscategorie zonder de Smart Beta-strategie weergeeft. Het negatieve effect over 2019 wordt in hoofdzaak veroorzaakt doordat de gehanteerde smart benchmark een grotere liquide component bevat dan de common benchmark en de waardering van liquide beleggingen sterker is gestegen dan die van illiquide beleggingen. Dit geldt met name voor vastgoed. Over een 5-jaarsperiode is met Smart Beta strategieën 12 basispunten extra rendement per jaar gerealiseerd.

De kwantitatieve beleggingsstrategieën richten zich voornamelijk op het selecteren van aandelen op grond van kwaliteit en waardering. Juist deze strategieën, die op lange termijn waarde opleveren en geschikt zijn voor grote portefeuilles, doen het slecht bij een zeer ruim monetair beleid van centrale banken. In 2019 deden alle belangrijke kwantitatieve beleggingsstijlen het slecht; zowel aandelenselectie op basis van waardering, op basis van kwaliteit als op basis van recente prijstrend rendeerden negatief. Dit komt in combinatie maar zelden voor.

Om extra rendement te behalen, hanteert APG in zijn beleggingsprocessen diverse strategieën. Dat zijn strategieën die zijn gebaseerd op menselijke oordeelsvorming, op voorspellende modellen, op macro-economische of bedrijfsspecifieke analyse, strategieën binnen bepaalde beleggingscategorieën of verspreid over de verschillende categorieën. Geen van deze strategieën is onfeilbaar, maar ze bieden alle een goede kans op een beter rendement dan gemiddeld over de langere termijn.

De grote lijn is dat de strategieën gebaseerd op voorspellende modellen het afgelopen jaar niet goed hebben gewerkt. Zo anticipeerde tactische asset allocatie gedurende het eerste kwartaal op een afzwakkende economie. Aandelen veerden echter op toen er enige schot in de Amerikaans-Chinese handelsonderhandelingen kwam. In het tweede kwartaal vielen aandelen uit opkomende markten terug toen het onderhandelingsklimaat weer verslechterde. Deze aandelen waren relatief goedkoop ten opzichte van ontwikkelde markten en waren daarom overwogen in de portefeuille. We werken aan verbetering van deze voorspellende modellen, gebruikmakend van moderne technieken die ons ook in staat stellen om ‘ongestructureerde’ data in onze processen te verwerken.

Bronnen van extra rendement

Bronnen van extra rendement in basispunten (1/100 van een procent) 2019 5 jaar
     
Tactical asset allocation -25 -3
Smart Beta -107 12
Extra rendement liquide beleggingen -8 8
Extra rendement illiquide beleggingen -11 39
Totaal extra rendement -151 56
 
 
 

Kosten van vermogensbeheer
Bij het streven naar een zo hoog mogelijk rendement letten wij ook goed op de kosten. Zowel op de kosten die wij binnen onze organisatie maken als de kosten die voor onze klanten gemaakt worden bij het beheer van hun beleggingen. Wij zijn overtuigd van de toegevoegde waarde die actief, duurzaam en verantwoord beleggen op lange termijn brengt. Deze wijze van beleggen brengt wel hogere kosten mee. In het streven naar maximale pensioenwaarde gaat het erom deze kosten zo effectief mogelijk aan te wenden om extra rendement te realiseren.

Gegeven de gemaakte keuzes in de wijze van beleggen moeten de gemaakte kosten zoveel mogelijk (extra) rendement opleveren. Om dit te toetsen benchmarken wij zowel ons eigen kosten als de integrale beleggingskosten van onze klanten. Dit doen wij voor onze klanten onder andere door deel te nemen aan CEM Benchmark onderzoeken. Uit die onderzoeken komt naar voren dat de beleggingskosten van onze klanten, gegeven zowel de gekozen wijze van beleggen als de gekozen beleggingscategorieën, gemiddeld genomen lager zijn dan van hun peers. Ook door de tijd heen zien we dat de beleggingskosten van onze klanten relatief gezien zijn gedaald. Deze daling is onder andere het gevolg van de toename van het intern beheer binnen APG en de toename van directe investeringen. Beide zijn voorbeelden van ontwikkelingen die leiden tot hogere kosten bij APG die meer dan goed gemaakt worden door de lagere externe kosten. Per saldo resteren op totaal niveau zo lagere kosten met hogere netto rendementen tot gevolg.

6.3.2 Integraal beleggingsbeleid

Als langetermijnbelegger hanteren we een integrale benadering. Dit betekent dat de managers van de beleggingsportefeuilles duurzaamheid en corporate governance (verantwoorde bedrijfsvoering) laten meewegen in elke beslissing. De dialoog met ondernemingen en de uitvoering van het beleid zijn niet ondergebracht bij een aparte duurzaamheidsafdeling, ook de portefeuillemanagers zijn daarvoor verantwoordelijk. Verantwoord beleggen heeft zo een plek in de kern van de organisatie. Bij elke beleggingsbeslissing wegen we zowel risico en rendement als kosten en duurzaamheid tegen elkaar af. 

We zetten onze klanten in hun kracht op het gebied van duurzaam beleggen door hen te adviseren over hun beleggingsbeleid en dat beleid op een toonaangevende manier uit te voeren. Dat onze fondsen het goed doen, blijkt uit de hoge scores bij het onderzoek naar verantwoord beleggen van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO).


APG Asset Management scoort opnieuw boven het gemiddelde in de jaarlijkse benchmark ‘UN Principles for Responsible Investment’ met een A+ voor strategie en governance. Op 14 van de 18 gemeten onderdelen is het resultaat beter dan wat vermogensbeheerders gemiddeld (mediaan) presteren. Ten opzichte van 2018 is de score vergelijkbaar.

De manier waarop wij verantwoord beleggen sluit aan bij nationale en internationale wet- en regelgeving. De OESO-richtlijnen voor multinationale bedrijven vormen het uitgangspunt voor het insluitingsbeleid, dat hierna wordt toegelicht. Daarnaast geeft APG hieraan invulling via de deelname van de pensioenfondsen aan het convenant voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (IMVB). Van de bedrijven waarin we beleggen verwachten we bovendien dat ze zich houden aan de UN Global Compact, dat een aantal principes omvat op het gebied van mensen- en arbeidsrechten, milieu en anti-corruptie.

6.3.3 Insluiting door dialoog en analyse

Om echt impact te hebben als belegger, zetten we in op ‘inclusion’ (insluiting). Als aandeelhouder willen we invloed uitoefenen op hoe ondernemingen zich gedragen en hen indien nodig bewegen tot verandering. We dringen bijvoorbeeld aan op socialer, meer integer of duurzamer ondernemen. Daarom gaan we, als dat in onze ogen nodig is, in gesprek over bijvoorbeeld mensenrechten, milieu, arbeidsomstandigheden en anti-corruptie. Deze aanpak levert volgens ons een positiever effect op dan afstoten van een bepaalde belegging. Bij het verkopen van een belang verdwijnt immers onze invloed.

Om onze beleggingsbeslissingen te stroomlijnen, hebben we een 'inclusion board' opgezet. In die raad overleggen de verschillende beleggingsteams en nemen ze gezamenlijke besluiten voor de hele organisatie. We stimuleren hiermee intern een cultuur van krachtige samenwerking. Verder willen we dat de externe managers die voor ons in het buitenland werken, op onze manier naar bedrijven kijken.

6.3.3.1 Koplopers en achterblijvers in kaart

In 2019 hebben we opnieuw grote stappen gezet met ons insluitingsbeleid. We hebben alle ongeveer 10.000 bedrijven waarin we zouden kunnen beleggen niet alleen beoordeeld op hun rendement, risico en kosten, maar ook op duurzaam en verantwoord ondernemen. Onze klanten willen vanaf 2020 alleen nog beleggen in bedrijven die aan onze strenge criteria voldoen, of in bedrijven waarvan wij verwachten dat ze in de nabije toekomst voldoende kunnen verbeteren.

Dit kunnen we doen omdat we blijven investeren in digitale technieken, kunstmatige intelligentie en andere manieren om data over ondernemingen en beleggingen te verzamelen. We willen zo veel mogelijk zelf het duurzame karakter van beleggingen tegen het licht houden. Daarvoor hebben onze specialisten in ESG (milieu, sociale aspecten en goed bestuur) een grotendeels geautomatiseerd systeem ontwikkeld. Aan de hand van verschillende criteria bepalen onze teams hoe duurzaam en verantwoord een belegging is en in hoeverre die voldoet aan de verwachtingen van de pensioenfondsen.

 

Op basis van de uitkomsten bepalen we of het gaat om een 'koploper' of een 'achterblijver'. We kunnen er nog steeds voor kiezen om in een achterblijver te beleggen, maar dan alleen als we met onze invloed dit bedrijf tot verbeteringen kunnen aanzetten. Als dat niet kan, doen we het niet. Een bedrijf waarmee we een verbetertraject aangaan, noemen we dan een 'belofte'.

6.3.3.1.1

In ons Verslag Verantwoord Beleggen gaan we meer in detail in op de uitkomsten van dit insluitingsbeleid. Er zijn ook ondernemingen, sectoren en landen die APG uitsluit (‘exclusion’), zoals de tabaksindustrie. Een volledige lijst is te vinden op onze website: www.apg.nl/nl/asset-management/verantwoord-beleggen.

6.3.4 Beleggingen en klimaat

APG houdt in nauwe afstemming met de klanten in het beleggingsbeleid in toenemende mate rekening met klimaatverandering. Voor ons als belegger spelen hierbij zowel risico's als kansen een rol.

We hebben een systeem opgezet waarmee we de risico's in de gaten houden van beleggingen die direct of indirect gevolgen kunnen ondervinden van klimaatfactoren. Veranderingen in beleid, technologie, consumentenvoorkeuren of zelfs klimaatveranderingen kunnen van grote invloed zijn. In bepaalde sectoren – zoals energie, bouw, chemie en vliegtuigindustrie – zien we op de korte en middellange termijn al een transitie. Onze portefeuillehouders en sectorspecialisten volgen nauwlettend alle relevante ontwikkelingen op het gebied van regelgeving, markten en technologie.
Ook met de beleggingen zelf kijken we naar kansen op het gebied van klimaat. We hebben als grote speler in de markt de mogelijkheid onze invloed te gebruiken en in afstemming met de pensioenfondsen hun vermogen te beleggen in partijen die bijdragen aan de energietransitie. Verder zijn we als (groot)aandeelhouder actief in gesprek met bedrijven over de vermindering van hun CO2-uitstoot. Dit doen we onder andere binnen het samenwerkingsverband Climate Action 100+. In 2019 hebben we mooie resultaten geboekt bij onder meer BP en Nestlé.

CO2-voetafdruk
Alle pensioenfondsen hebben een doelstelling voor vermindering van de CO2-voetafdruk van de aandelenportefeuille. We letten voortdurend op de CO2-voetafdruk die we via de aandelenbeleggingen hebben; we houden daarmee altijd rekening in de beleggingsbeslissingen. De CO2-voetafdruk komt uit op 23,5 miljoen ton en is in 2019 met 30% verkleind ten opzichte van het peiljaar 2014.

Enel geeft SDG-obligatie uit
Rond de SDGs heeft APG in 2019 nog een bijzondere actie ondernomen: we hebben namens ABP, bpfBOUW en SPW belegd in de eerste ‘SDG-obligatie’ van het Italiaanse energiebedrijf Enel. Dit bedrijf heeft onze kennis en adviezen gebruikt bij de ontwikkeling van deze duurzame lening. Met het oog op SDG 7 (betaalbare en schone energie) heeft Enel investeerders beloofd dat eind 2021 minimaal 55% van zijn opgewekte energie duurzaam is, dus bijvoorbeeld uit wind of zon. Als Enel dat niet haalt (het bedrijf staat nu op 46% schone energie), krijgen de beleggers 0,25 procentpunt meer rente. Het is dus ook in het belang van Enel zelf om werk te maken van duurzame energiebronnen.

Energietransitiefonds van start
Namens ABP hebben we begin 2019 het ABP Nederlands Energietransitiefonds (ANET) opgezet. Dit fonds investeert in bedrijven die zich inzetten voor de overgang naar duurzame energie in Nederland. ANET richt zich op investeringen in relatief kleine en vernieuwende projecten en bedrijven. ABP heeft 50 miljoen euro apart gezet voor ANET; het pensioenfonds heeft de mogelijkheid om dit bedrag later te verhogen.

Investeren in wind
In Zweden hebben we voor het eerst geïnvesteerd in een windpark waarin we ook het ontwikkelingsrisico hebben genomen. Dit laatste is voor APG nieuw en slechts weinig partijen zijn in staat om dat te doen.

Groene hypotheken
In januari heeft APG besloten om via Rabobank-dochter Vista voor Pensioenfondsen ABP, bpfBOUW en SPW ruim 500 miljoen euro te investeren in groene hypotheken in Nederland. APG behaalt daarmee een goed langetermijnrendement en draagt bij aan de verduurzaming van Nederland.

6.3.5 Sterker met partners

Hoewel APG een grote partij is als vermogensbeheerder, zoeken we naar mogelijkheden om op nog grotere schaal te werken. Hierdoor kunnen we voor onze klanten nog betere deals sluiten met een goed rendement en kunnen we nog meer invloed uitoefenen op bijvoorbeeld duurzaamheid. We zoeken de schaalvergroting met andere pensioenfondsen en overheidsfondsen die graag met ons willen samenwerken vanwege onze focus op de lange termijn.

Zo hebben we onze samenwerking met E Fund, een van de grootste beleggers in China, verder uitgebreid. We wisselen met E Fund kennis uit over vermogensbeheer, ICT en pensioenadministratie. Dankzij de kennis die E Fund heeft van de Chinese markt, kan APG zijn positie daar versterken. E Fund haalt bijvoorbeeld voordeel uit onze ervaringen als duurzaam belegger. Via deze samenwerking belegt APG in zogenoemde A-aandelen en - sinds november - in bedrijfsobligaties op de Chinese markt die voorheen alleen voor lokale beleggers beschikbaar waren.

6.3.5.1

Brussels Airport, rendement versus duurzaamheid

APG is sinds begin december 2019 officieel medeaandeelhouder van Brussels Airport. Luchthavens kunnen voor institutio­nele beleggers aantrekkelijk zijn als langetermijnbelegging, maar de sector staat ook voor een enorme opgave om te verduurzamen. Hoe gaat APG daarmee om? We zijn in onze belangenafweging niet over een nacht ijs gegaan, aldus Ron Boots, Head of Infrastructure Europe, en Derk Welling, Senior Responsible Investment & Governance specialist.

Waarom verwacht APG dat deze belegging een aantrekkelijk rendement oplevert voor de deelnemers?
Ron: “De luchthaven heeft een groot en aantrekkelijk verzorgingsgebied wat betreft potentiële passagiers en ligt in het economische en politieke hart van Europa. Daardoor is er een mix van zakelijke en toeristische reizigers. De luchthaven heeft ook tijdens de crisis bewezen een stabiel rendement te kunnen behalen. Naast de inkomsten uit vliegverkeer zijn er ook genoeg mogelijkheden voor inkomsten uit randactiviteiten zoals hotels, kantoren, retail en parkeren. Ten opzichte van vergelijkbare vliegvelden heeft Brussels Airport nog voldoende groeimogelijkheden.”

Eerder heeft APG via fondsen belegd in twee luchthavens in Londen. Nu is APG samen met een consortium direct aandeelhouder. Waarom is gekozen voor deze constructie?
Ron: “Allereerst besparen we veel kosten door niet via een fonds te beleggen. Door direct te investeren in de luchthaven hebben we meer invloed en kunnen we meer onze stempel drukken op bijvoorbeeld duurzaamheid. Wij kennen onze medeaandeelhouders goed. Zij hebben ook een langetermijnhorizon en delen onze visie."

Hoe zwaar woog duurzaamheid bij deze beleggingsbeslissing?
Derk: “Voor al onze beleggingen geldt dat we ze naast risico, rendement en kosten ook beoordelen op hun prestaties op het gebied van milieu, mens en maatschappij (Environment, Social & Governance; ESG). Hierbij voeren wij een uitsluitingsbeleid. Luchthavens vallen daar niet onder. We zoeken binnen die sector wel naar koplopers op het gebied van duurzaamheid. Brussels Airport is zo’n koploper. De luchthaven opereert - de emissies van vliegtuigen niet meegerekend - CO2-neutraal. Zonnepanelen tussen de landingsbanen, elektrische bussen, een circulair systeem om vliegtuigvleugels ijsvrij te houden. Het zijn slechts enkele voorbeelden.”

Wat doet de luchthaven om de uitstoot van vliegtuigen terug te dringen?
Ron: “In aanvulling op het al CO2-neutraal opereren van het vliegveld wil Brussels Airport ook de emissie van vliegtuigen terugdringen. De luchthaven is onder andere bezig om korte vluchten, bijvoorbeeld die tussen Amsterdam en Brussel, uit te faseren. Brussels Airport probeert de duurzaamheid verder te bevorderen bij het uitdelen van landingsrechten. Vliegtuigmaatschappijen met zuinigere en stillere toestellen betalen minder. Door een betere benutting van vliegtuigstoelen is Brussels Airport er de afgelopen tien jaar in geslaagd om te groeien naar aan recordaantal passagiers van ongeveer 26 miljoen zonder extra vliegbewegingen. Hierdoor is veel extra CO2-uitstoot voorkomen.”

Zijn er nog andere duurzaamheidswensen die APG wil terugzien op de luchthaven?
Derk: “Als onderdeel van ons beleggingsproces vereisen we deelname aan Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB). Dat willen we ook voor Brussels Airport. Binnen de sector vliegvelden worden op die manier de duur­zaamheidsprestaties van vliegvelden meetbaar gemaakt. Zo kun je als aandeelhouder beter sturen op verbeteringen die een vliegveld kan doorvoeren op het gebied van duurzaamheid."

Stel, er komt een nieuwe mogelijkheid om te beleggen in een luchthaven. Wat zijn dan de minimale duurzaamheidseisen?
Derk: “APG volgt op het gebied van duurzaamheid de richtlijnen van de International Finance Corporation, een onderdeel van de Wereldbank. Scoort een luchthaven volgens die richtlijn een zware onvoldoende op bijvoorbeeld geluidshinder, dan moet dat eerst verbeterd worden. Sowieso moeten de interne stakeholders akkoord gaan met de deal. Ook zij zullen nog kritisch kijken of een belegging past bij hun duurzaamheidseisen.”

6.3.5.2

Beter zicht op duurzaamheid vastgoed

APG belegt 49 miljard euro in vastgoed, waarvan 25 miljard euro in duurzaam vastgoed. Vermindering van de CO2-uitstoot in vastgoed kan een belangrijke bijdrage leveren aan het bereiken van de doelen van Parijs. Vastgoed is wereldwijd verantwoordelijk voor ongeveer 30% van de totale CO2-uitstoot en 40% van het energieverbruik. Vastgoed kwalificeert als SDI als het tot de 40% best presterende fondsen behoort in het jaarlijkse duurzaamheidsonderzoek van de Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB). APG is een van de initiatiefnemers van GRESB en streeft ernaar dat alle fondsen hieraan rapporteren.

Beleggers hebben steeds meer behoefte aan betrouwbare data om te kunnen beoordelen in hoeverre vastgoedbeleggingen passen binnen de afspraken van Parijs voor het beperken van de opwarming van de aarde. APG heeft daarom de handen ineen geslagen met onder andere PGGM. Dit initiatief voorziet in uitbreiding van de Carbon Risk Real Estate Monitor (CRREM) voor klimaatrisico’s in commercieel Europees vastgoed naar de rest van de wereld en residentieel vastgoed. Hiermee krijgen beleggers wereldwijd inzicht in de mate waarin vastgoed bijdraagt aan het bereiken van de doelen in het Parijsakkoord.  

6.3.5.3 Steun voor SDGs

De 17 Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, de SDGs, zijn opgesteld om te komen tot een betere en duurzame wereld. Om die doelen te bereiken, is zo veel geld nodig dat zelfs overheden dat niet kunnen opbrengen; bedrijven en beleggers dragen daarom in toenemende mate bij. 

In 2019 heeft APG zich nog nadrukkelijker dan voorheen gericht op de SDGs. In oktober zijn we een samenwerking aangegaan met 29 grote internationale bedrijven en investeerders. Samen gaan we de komende jaren namens de pensioenfondsen honderden miljarden euro's beleggen in ondernemingen en projecten die bijdragen aan een betere, duurzame en rechtvaardige wereld. De groep investeerders, met de naam Global Investors for Sustainable Development (GISD), bestaat naast APG uit grote bedrijven in de financiële wereld, zoals PIMCO, Bank of America, Citigroup, Santander en UBS. Het initiatief is bijzonder, want ook concurrenten werken erin samen. Voorlopig duurt het project twee jaar.
 

 

Het initiatief sluit goed aan bij de doelstellingen van onze klanten. Ook zij willen in 2020 fors meer investeren in de ontwikkelingsdoelen.

6.3.5.4 SDI Asset Owner Platform

Met ons verantwoorde beleggingsbeleid stellen we normen die navolging krijgen van andere institutionele beleggers. Samen met PGGM zijn we een project gestart rond de SDGs. We hebben geïnvesteerd in de ontwikkeling van een systeem dat op basis van kunstmatige intelligentie data kan doorlichten van duizenden bedrijven. Ons dochterbedrijf Entis heeft dit voor elkaar gekregen. We zijn nu in staat om bedrijven op een efficiënte en betrouwbare manier te beoordelen op hun bijdrage aan de SDGs en om de uitkomsten te gebruiken bij de besluitvorming over beleggingen.

We werken aan een SDI Asset Owner Platform. Dit geeft de aangesloten grote beleggers inzicht in welke mate bedrijven met hun producten en diensten bijdragen aan de SDGs en zo helpt het hen bij het nemen van duurzame beleggingsbeslissingen.

6.3.5.5

APG-fondsen in top ranglijst duurzaamheid

ABP is door de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) aangewezen als het duurzaamste Nederlandse pensioenfonds. Net als vorig jaar bezet ABP, onze grootste klant, de eerste plaats op de ranglijst VBDO Benchmark Duurzaam beleggen. Het fonds haalde 4,6 van de 5 te halen punten. Ook andere klanten van APG deden het goed in deze benchmark: bpfBOUW schoof op van plaats 3 naar 2. SPW staat net als in 2018 op de vijfde plek. De ranglijst is belangrijk: VBDO onderzoekt elk jaar hoe verantwoord de 50 grootste pensioenfondsen van Nederland beleggen. Het totale bedrag dat deze 50 grootste pensioenfondsen beheren is momenteel meer dan 1.230 miljard euro.